SELFIES: De Sjouw
Het is meer dan vijf jaar geleden dat ik voor het laatst op Terschelling ben geweest en dat was in het najaar (‘Skylge rond’ en ‘Skylge te voet’. In: Eigen land laatst!, 2021). Marita komt er jaarlijks met haar wandelclubje.
Komende zomer (eind juni) moeten Marita en ik de jaarlijkse reünie voor studievrienden organiseren. Eerst was die reünie slechts een dag, vervolgens een weekend, maar nu voor het eerst een midweek, en nog wel op Terschelling. Dat moet uiteraard qua logistiek en programma enigszins voorbereid worden. Het is geen straf om hiervoor in het voorjaar een midweek (13–17 april 2026) ter plaatse te verblijven, om weer enig gevoel bij het eiland te krijgen.
De auto blijft aan wal (ramen dicht!), overtocht met Doeksen naar West-Terschelling, en met de bus naar dorp Lies, ongeveer halverwege het eiland. De gehuurde fietsen staan klaar bij Zeelen, Marita een elektrische en ik een ‘handmatige’.
In juni zitten we in de mooie luxe groepsaccommodatie Stiel II in dit dorp. Op honderd meter afstand in hetzelfde dorp doen wij ons voorwerk vanuit De Stal, een leuk onderkomen voor twee personen.
Eerst enige essentiële leeftocht inkopen bij de Spar om de hoek. Voor uitgebreidere inkopen is er een Jumbo op fietsafstand in Formerum (die zelfs boodschappen aan huis aflevert!).
Na installeren willen we op de dag van aankomst eten uitproberen in strandpaviljoen Zandzeebar. Hoewel de deur openstaat en de theelichtjes branden op de tafels, is de zaak volgens de barman gesloten omdat er geen reserveringen zijn binnengekomen. We fietsen door naar Midsland voor een pizza bij de Italiaan. Tot onze verbazing komen we een ‘Pura Vida’ eettent tegen. Althans, nu valt de naam op na onze rondreis door Costa Rica, dat zich profileert met de ‘Pura Vida’ slogan. Er bevindt zich een tweede ‘Pura Vida’ vestiging in West-Terschelling.
Laat de verkenning maar echt beginnen op dinsdag, 14 april. We fietsen een toeristische route door bos en duinen aan de noordkant van het eiland naar ‘hoofdstad’ West-Terschelling.
Sommige duinvalleien zijn afgegraven in de strijd tegen de watercrassula, een invasieve exoot ontsnapt uit een aquarium. In de duinplassen veel bergeenden, krakeenden, slobeenden, wulpen, aalscholvers en een enkele lepelaar. Op de oevers van de waterpartijen roodbruine gagelstruwelen.
In West aan Zee even langs het voormalige vakantiehuisje van overleden zus Mieke en zwager Klaas, waar we lang geleden meerdere gezinsvakanties hebben doorgebracht. Het huisje heet nog steeds De Boleet, want nieuwe eigenaren mogen dat niet veranderen. Alle vakantiehuizen staan namelijk met naam en toenaam op vele informatiedragers. Enig extern onderhoud zou de ‘paddenstoel’ goed doen.
Onderweg een koffiepauze bij de Bessenschuur op de Studentenplak. In 1868 werd hier door een biologiestudent de exotische cranberry gevonden, die zich inmiddels vanaf 1840 vanuit een aangespoeld vat met bessen over het eiland had verspreid.
Bezoekje aan de VVV in West-Terschelling, waar we vijf exemplaren van de Voorjaarseditie (maart t/m juni) van De Sjouw bemachtigen om als opwarmertje aan onze studievrienden op te sturen. Kunnen ze zich alvast voorbereiden op het ritme van eb en vloed (wadlopen of overtijen).
De Sjouw verwijst trouwens naar een wilgentenen korf die in een paal werd gehesen om half twaalf als sein voor de landarbeiders dat het tijd was voor de middagmaaltijd. De korf werd weer gestreken om half vier als de koeien moesten worden gemolken. De echte Sjouw staat in Hoorn naast de kerk en het voormalige schooltje. De hoofdmeester bediende de Sjouw en moest dus kunnen kloklezen (de klok van de kerk!)
Een bezoek aan Museum ’t Behouden Huys moet zeker in het programma worden opgenomen (Museum Jaarkaart niet vergeten zoals ik, want dan kost het je acht euro). Uitgebreid wordt stilgestaan bij de geschiedenis van Terschelling, waaronder de barre tocht van Willem Barentsz in 1596, de Engelse aanval in 1666, de walvisvaart – er staat een stoel bekleed met potvispenisleer! – en de jacht op de goudlading van de ‘Lutine’ na de schipbreuk in 1799.
Vóór het museum staan twee setjes van twee bijzondere stoepstenen, maar daar kom ik nog in een ander verhaaltje op terug.
We fietsen terug naar De Stal langs de zuidelijke wadkant, die ik het mooiste vind. Rotganzen, die hier hebben overwinterd, zijn zich in enorme groepen aan het verzamelen voor de tocht naar hun noordelijke broedgebieden. Lepelaar, bergeend, kluut, grutto, tureluur, wulp en scholekster foerageren eveneens op de slikken. Zeekool piept alweer tevoorschijn tussen de keien van de dijkbeschoeiing. Al met al was dit een behapbare fietstocht van ongeveer 25 kilometer.
Het oostelijke deel van het eiland – De Boschplaat – is in de broedtijd niet of maar beperkt toegankelijk. Het is wel één van de weinige ‘Dark Sky Parken’ van Nederland. Het is vanavond glashelder en ik besluit om tien uur ’s avonds naar de Jan Thijssenduin te fietsen voor een blik op de sterrenhemel. Dat is best spannend in het donker, wanneer konijntjes door het licht van je koplamp schieten en grote grazers slechts schimmen blijven. Het pad naar de duin kan ik in het donker niet vinden, maar boven het fietspad is de hemel ook helder. Ik ben niet van de horoscoop, maar naast de Grote Beer zijn Leeuw, Kreeft en Tweeling goed te herkennen.
Op woensdag, 15 april, een verkenning in de naaste omgeving van Lies. We bezoeken de Jutfabriek en maken een voorlopige afspraak voor een presentatie en workshop van anderhalf uur in juni. In één moeite door naar het Wrakkenmuseum, waar je voor vijf euro kunt genieten van de meest bizarre objecten die uit zee zijn opgedoken. En van de commentaren van conservator en bezoekers, die de objecten begeleiden. We lunchen bij de Heeren van der Schelling in Oosterend.
Marita wil in de middag winkelen in West-Terschelling (heen en weer met de bus) en ik fiets de rondtocht ‘Sporen in het Zand’ (45 kilometer), die je laat kennismaken met alle zones van het eiland: duinen, bos, strand en wad. Deze tocht brengt me ook langs de Jan Thijssenduin, waar ik gisteravond vlakbij ben geweest zonder het te beseffen. Maar ja, ik zag ook geen hand voor de ogen in het donker. De schimmen van de grote grazers blijken nu Hereford runderen te zijn geweest. De konijntjes waren wel echt.
Het bodemdek in het bos bestaat vooral uit eikvaren en kamperfoelie. Qua voorjaarsgroei en -bloei lopen de eilanden door het structurele temperatuurverschil twee tot drie weken achter op het vasteland. Er zit nog nauwelijks blad aan de bomen. Opvallende struiken in bloei zijn gaspeldoorn en het krentenboompje. Kruiden in bloei zijn speenkruid, witte winterpostelein, zachte ooievaarsbek, hondsdraf, paarse dovenetel, kleine veldkers, pinksterbloem en duinviooltje. Zeer storend zijn de narcissen op plekken – zoals de duinen – waar de narcis niets te zoeken heeft. Het wordt tijd voor een actiegroep ‘Weg met de narcis’.
In de avond maken we nog een wandeling van vijf kilometer langs de duinrand en door de polders tussen Lies en Hoorn. Naast de rotganzen, die bij hoogwater de polders opzoeken, zitten er ook nog flinke groepen brandganzen. Wat ons wel verbaast is dat de ganzen met een geluidskanon door de boeren naar de buren worden verjaagd. Dat valt me dan weer tegen van Terschelling.
Op donderdag, 16 april, hebben we twee wandelingen op het programma staan. Eerst een wandeling vanaf de Werkschuur van Staatsbosbeheer in Lies door de Koegelwiecksduinen naar het strand. Bergeenden zijn in de duinen op zoek naar lege konijnenholen om te broeden. Koffiepauze in de Zandzeebar – nu wel open en zeker een mooie gelegenheid om in juni met de groep te gaan eten – en terug over het fietspad naar De Stal (8 km).
Begin middag fietsen we naar West-Terschelling. Drie kwartier tegen de (matige) westenwind in. Het laat me weer even beseffen dat het op de eilanden altijd waait. Noorder- of zuiderwind is mee te leven (zijwind), maar oosten- of westenwind doet je verlangen – zeg ik met schaamrood op de kaken – naar een elektrische fiets. Het is bovendien voor Marita geen pretje om haar elektrisch ros te temperen tot mijn topsnelheid van 10 kpu. Ik neig ernaar om alle reünisten aan te raden om straks in juni te ‘elektrificeren’.
Een wandeling van 5 km langs het Groene Strand en door de duinen met de waterplas Doodemanskisten en de Seinpaalduin terug naar Paviljoen De Walvis met het prachtige uitzicht over de Noordsvaarder. Het Groene Strand was tot ongeveer 1850 de westgrens van Terschelling. Enkele decennia later schoof de zandplaat Noordsvaarder tegen het oude land aan, waarmee Terschelling duizend hectare groter werd.
We doen een drankje in De Walvis, willen eten in Zeezicht (staat op ons verlanglijstje voor juni) maar is dicht, en komen terecht in het Raadscafé. Boven de schouw een vreemd schilderij van de Brandaris op de Molukken. De eigenaar blijkt opgegroeid in de Molukse wijk van Almelo. Ieder jaar komen voormalige Molukse buurtgenoten naar zijn restaurant voor een ‘selamatan’ in traditionele kledij.
We fietsen terug langs het wad. De rotganzen zijn nog volop aanwezig, maar voor het eerst zijn we getuige van grote zwermen rosse grutto’s, die in voorjaar en najaar de Waddenzee gebruiken als tussenstop op hun lange vliegreis van Afrika naar en van de broedgebieden in Siberië. Mannetjes met hun roestbruine borst, grotere vrouwtjes lichter van kleur. Prachtig! Bij toeval ontdek ik op de foto’s op de achtergrond enkele koppeltjes eidereenden.
We hebben inmiddels wel een globaal programma in ons hoofd, uitgaande van mooi weer. Natuurlijk zal het eiland er over twee maanden anders uitzien. Groener! Drukker! Geen onverwachte dichte deuren bij de horeca (tenzij uit bittere noodzaak vanwege personeelstekorten). De rotganzen en de rosse grutto’s zijn dan vertrokken, maar naast de zeekool zullen vele andere zoutminnende planten te vinden zijn. De sterrenbeelden aan het firmament zijn anders dan in het voorjaar, en het wordt pas tegen middernacht aardedonker.
De terugreis naar Harlingen op vrijdag, 17 april, gaat met de veerboot Willem de Vlamingh, een splinternieuwe luxe ferry, waarop het goed toeven is in het uitgebreide restaurant gedeelte.
Nu maar hopen dat de groep gezond en mobiel blijft. Enkele deelnemers staan op de wachtlijst voor gewrichtsoperaties. Als het maar geen Zonnebloem vakantieweek wordt! De veerboten zijn in elk geval volledige toegerust voor mindervalide passagiers.
Gepost: 28 April 2026
VVV Terschelling: De Sjouw, Bestemming Terschelling, Wandelen op Terschelling, Fietsroutes op Terschelling.