SELFIES: Costa Rica – Cahuita

Vanuit onze hotelkamer in San José uitzicht links op een tempelvormige muziektent en rechts op een prachtige paars bloeiende Jacaranda. Rondom de stad de bergen van de Cordilleras.


Geen tijd om San José te bezoeken, want we moeten de verloren dag inhalen. In plaats van twee blijven we maar één nacht in Cahuita, aan de Caribische kust. Dit gaat vooral ten koste van vrije tijd, want de geplande excursies blijven gehandhaafd.


Vanuit de hoofdstad rijden we op dinsdag, 10 maart 2026, in noordoostelijke richting door het Parque Nacional Braulio Corillo, dan oostelijk naar de havenstad Puerto Límon en zuidelijk naar Cahuita. Een tocht van zo’n 200 kilometer.


In file de stad uit, over de centrale bergketen (Central Cordillera). Langs de weg op de westelijke hellingen veelvuldig een plant met zeer grote bladeren en imposante bloeiwijze. Het blijkt mammoetblad (Gunnera insignis) te zijn. Een verwante soort ‘reuzenrabarber’, Gunnera manicata, wordt in Nederland wel als sierplant aangetroffen (‘Reestdal’. In: Lustrum, 2017; ‘Halfweg’. In: Zafira, 2024). Eenmaal door de bergtunnel is deze plant ineens verdwenen, maar later zien we hem weer aan de westelijke kant van de Tilarán bergketen (Monteverde). Aan deze oostelijke kant vallen vooral de imposante boomvarens op in de vegetatie.


In de loop van de ochtend een stop bij een uitstalling en demonstratie van tropisch fruit. Op het eerste gezicht valt de uitstalling me tegen, maar dan wordt vanonder een groot tafellaken de eigenlijke proeverij onthuld. Bijzonder de pejibaye of perzikpalm (Bactris gasipaes) met een nogal melige vrucht, de cainito of sterappel (Chrysophyllum cainito), die mij wél lekker smaakt, de heerlijke guanabana of zuurzak (Annona muricata), maracuyá ofwel passievrucht (Passiflora edulis) en guayaba of guave (Psidium guajava). Verder uiteraard banaan, sinaasappel, ananas, watermeloen, meloen, mango, papaja en dat in verschillende variëteiten. Papaja herinnert me aan een grapje van de gids op een rondreis door Indonesië. Papaja heeft zowel mannelijke bomen, die geen vruchten leveren, als vrouwelijke bomen, die dat wel doen. Een boom met vruchten moet je dus eigenlijk ‘mamaja’ noemen in plaats van ‘papaja’!


Naast het verse fruit een aantal zoetigheden die van vruchten, cacao en kokos zijn gemaakt. Zakjes met gemengd droog fruit zijn vooral gevuld met gedroogde (bak)banaan en yuca chips (cassave).


We passeren Siquirres, lange tijd een soort ‘apartheid’ grensstadje. De Afro-Caribische bevolking van de kuststreek mocht tot hier komen, maar niet verder de bergen in.


De eerste grote bananen plantages van Belmonte verschijnen langs de route. Met blauwe plastic zakken worden de vruchttrossen beschermd tegen ziekten en plagen. Een grote verbetering is dat de plastic zakken tegenwoordig niet na éénmalig gebruik worden afgedankt, maar hergebruikt. Teelt, oogst, verpakking en transport zijn zodanig efficiënt georganiseerd, dat een Tico banaan in de Nederlandse supermarkt goedkoper is dan een Betuwse appel.


Tegen het eind van de ochtend bereiken we de Caribische kust. Drukte bij de grote havenstad Puerto Límon en dan een rustige kustweg naar Cahuita, een nederzetting met Jamaicaanse invloeden. Langs de weg wordt regelmatig ‘Aceite de coco’ aangeboden, kokosolie.


De eerste buffetlunch laat ons kennismaken met het nationale gerecht ‘Gallo Pinto’, een mengsel van rijst en bonen met knoflook, oregano en ui. Tamarinde sap ter begeleiding. Heerlijk en voor herhaling vatbaar.


Langs de weg een restaurant in een nagebouwde boot op het droge met de naam Christianus. Later vertelt Susan dat de plaatselijke bevolking gelooft dat lang geleden vlak voor de kust een piratenschip met goud is vergaan. Vorig jaar vonden duikers bakstenen (ballast?) en houten balken van Deense oorsprong. Er blijken hier in 1710 twee Deense schepen met slaven te zijn vergaan, de Christianus en de Friedericus. Vele opvarenden, waaronder slaven, konden zich redden. Het verklaart de Afro-Caribische aard van Cahuita en omstreken.     


We leveren de koffers af in Hotel Atlantida en maken meteen een wandeling in het Parque Nacional Cahuita, dat bestaat uit ongeveer duizend hectare kustbos en mangrove en veertigduizend hectare zee met veel koraalbanken.


In het kustbos zien we al snel witschouderkapucijnaapjes (Cebus capucinus) en de donkere mantelbrulaap (Alouatta palliata). Enkele witsnuitneusberen (Nasua narica) scharrelen in het struikgewas en een hermietkreeftje steekt het pad over met zijn huis op de rug. Bij enkele grotere kreken wordt gewaarschuwd voor krokodillen. Mooie bloeiende planten ook zoals een zeldzame Anthurium (Anthurium upalaense) en rode knopgember (Costus woodsonii).


Zelfde pad terug en dan hebben de brulapen genoeg van ons. Een intimiderend gebrul om indringers uit hun territorium te verdrijven.


Johan (onze nestor met zijn bijna 80 jaar) & Tonny raken op de terugweg naar het hotel, waarvan de naam nog niet was gecommuniceerd, verdwaald. Na enkele extra kilometers schuiven ze vermoeid aan bij het gezamenlijk avondeten. Johan kijkt net zo boos als de kleurrijke reus op de placemat onder ons bord.


Woensdag, 11 maart, wordt een lange dag. Eerst een bezoek aan Ljeruk, een dorp van de Bribri-indianen, een inheemse stam die de koloniale periode heeft overleefd. Hiervoor rijden we nog zuidelijker tot op de grens met Panama.


Veel ‘puentes angustos’ (smalle bruggetjes) en ‘reductores’ (verkeersdrempels) om de Spanjaarden tegen te houden en een laatste stuk onverharde zandweg.


De Bribri-stam (nog ongeveer vijftienduizend zielen) leeft in het grensgebied van Costa Rica en Panama in familiegemeenschappen. Ze zijn matriarchaal georganiseerd. Tijdens de wandeling naar het dorp vertelt de plaatselijke gids leuke weetjes over de nuttige planten en de landbouw.


De vegetatie van een stuk braakliggend land is omgehakt en smeult nog na van het branden. Gevaar voor overslaan naar het bos is er niet; vegetatie en bodem zijn vochtig genoeg. Het terrein zal binnenkort bij de eerste regens beplant worden met droge rijst, mais of bonen (‘shifting cultivation’). Schade aan gewassen door vogels, knaagdieren of ander wild wordt probleemloos geaccepteerd. “Dieren moeten ook eten.


De wandelpalm (Socratea exorrhiza) is een bijzondere verschijning, met een stam die de grond niet raakt, maar overeind wordt gehouden door een stelsel van luchtwortels. ‘Wandelen’ is een groot woord, maar omdat de stam niet in de bodem is verankerd, geeft het stel ‘benen’ wat meer flexibiliteit om bijvoorbeeld naar het licht toe te groeien. De Bribri gebruiken de palm voor timmerhout. Een andere kleine palm is de ‘Tsirú’ (Asterogyne martiana), waarvan het veervormige blad wordt gebruikt voor dakbedekking. 


De veel voorkomende rugbyballen aan boomtakken blijken toe te behoren aan boomtermieten, die bovengrondse nesten bouwen in plaats van onder de grond of in heuvels op de grond.


In de verte zicht op de heilige berg van de Bribri, waar de goden huizen. Cacao heeft een zeer speciale status bij de indianen. De wetenschappelijke naam Theobroma betekent ‘voedsel van de goden’. We zijn getuige van de cacao-ceremonie in de centrale hut van het dorp, die dezelfde conische vorm heeft als de heilige berg.


De verfijnde ‘Criollo’ en ‘Trinitario’ cacao zijn bij de Bribri de meest aangeplante variëteiten. ‘Trinitario’ is een hybride van de smaakvolle ‘Criollo’ en de meer robuuste ‘Forastero’. Wereldwijd spelen ‘Criollo’ (5%) en ‘Trinitario’ (10–15%) een bescheiden rol. ‘Forastero’ domineert de wereldmarkt (80–85%), vooral vanuit Afrika. Grappig dat ik me dit nog goed herinner van de colleges Tropische Landbouw bijna zestig jaar geleden. ‘Alles verandert, maar dit (nog) niet.’


De cacao vrucht moet eerst opengebroken worden. De verse cacao-bonen worden omgeven door een soort zoetzure pulp, die we mogen proeven. De bonen moeten na het wegzuigen van het vruchtvlees weer worden ingeleverd. Alles wordt bij de Bribri gerecycled, niets wordt weggegooid. Er mist echter één boon; nestor Johan blijkt de pulp met boon in z’n geheel te hebben doorgeslikt.


De cacao-bonen worden vervolgens onderworpen aan fermentatie en drogen. Hier en nu worden wij betrokken bij het roosteren, wannen, pletten en vermalen in een snijbonenmolen tot een chocolade pasta. Aangelengd met (te veel) water drinken we een waterige chocolademelk. Een stukje gekliefde banaan met chocola ertussen smaakt wel heel lekker (‘Banana split’).


Enkele reisgenoten mogen proberen het blad van de ‘Tsirú’ palm aaneen te rijgen tot een basiseenheid voor dakbedekking (drie meter lang). 


In het dorp passeren we een kalebasboom (Crescentia cujete). De harde buitenkant van de vrucht wordt gebruikt voor pannen en potten net als de fleskalebas (Lagenaria siceraria) elders.


Hoewel de Bribri wel mogen jagen, maar het nauwelijks meer doen, krijgen we een lesje boogschieten, wat vooral uitmondt in pisboogjes.


In het dorp lopen buitenlandse vrijwilligers met houtblokken te sjouwen, terwijl een kruiwagen werkeloos toekijkt. “Die zijn op zoek naar zichzelf”, laat Astrid zich ontvallen tot grote hilariteit.


We krijgen een prima lunch voorgeschoteld in een bananenblad. ‘Gallo Pinto’, aangevuld met vis ofwel kip ofwel palmhart voor de vegetariërs. Verschillende palmsoorten kunnen worden aangewend voor palmhart. Het betekent wel het einde van de palm, die omgehakt wordt om de kern te oogsten.


In het dorp een foto van de grote kiskadie (Pitangus sulphuratus), wat later een doodnormale vogel blijkt te zijn.


Het is weer tijd om in de bus te stappen voor de lange rit naar het noorden, naar onze volgende stopplaats in Boca Tapada.


Onderweg vertelt gids Susan dat niet het ecotoerisme en ook niet de export van fruit, koffie en cacao de belangrijkste bijdragen leveren aan het BNP van Costa Rica. Op één staan technologische producten uit zogenaamde ‘Free Zones’, waar technologische startups en bedrijven veel vrijheid krijgen om zich te ontwikkelen.


Tijdens een koffiepauze onderweg zien enkele helderzienden onder ons de zeer dunne en lange bruine spitsneusslang (Oxybelis aeneus) zich langzaam door de bomen verplaatsen. Voor de eerste keer zien we hier ook de grote gevlekte boomeekhoorn (Sciurus variegatoides).


Aankomst in Boca Tapada begin van de avond. Een prachtige lodge. Het is eten en slapen geblazen. We hebben de verloren dag ingehaald en liggen weer op schema!

    

 

[Link naar foto's]



Gepost: 9 April 2026