SELFIES: Costa Rica – Playa Naranja

Op donderdag, 19 maart, een rit van ongeveer 200 kilometer naar onze volgende stopplaats, Playa Naranja. We dalen weer af van Monteverde naar de Carretera Panamericana, waar we een sanitaire stop maken bij hetzelfde wegrestaurant als eergister, met de geelvleugelara’s (Ara macao) in de mangobomen.
We verlaten de snelweg heel snel voor een westelijke route richting het schiereiland Nicoya. Een flinke tuibrug overspant een uitloper van de Golf van Nicoya, de baai tussen het vasteland en het schiereiland. Dan volgen we min of meer de kust van de baai in zuidoostelijke richting. Het wordt steeds warmer en droger. Uitgestrekte vlaktes met extensieve veeteelt. De hittebestendige witte Brahman zeboe runderen van Indiase oorsprong (Bos indicus) komen het meeste voor. Kenmerkend zijn de bult in de nek, hangende oren en een keelkwab. De zwaluwstaartwouw (Elanoides forficatus) cirkelt in groepjes hoog in de lucht op de thermiek.
Veel bordjes langs de weg met de tekst ‘Cruce de Fauna’, vergezeld van een plaatje van een of ander dier, de ene keer een leguaan, aap of snuitbeer, de andere keer in een dorp gewoon een hond of kat. In schoolzones een bord met twee kinderen, maar dan zonder de tekst ‘Overstekend wild’.
Langs de weg grote afgeoogste velden (water)meloenen (Cucumis melo / Citrullus lanatus). De akkers liggen echter nog vol kleine vruchten, die het net niet hebben gehaald. Susan, die jaren in de fruitsector heeft gewerkt, vertelt dat de exportperiode heel nauw gedefinieerd is. De export naar Europa is van februari tot april afkomstig uit dit gebied. De maanden ervoor komen de meloenen uit Brazilië en de periode erna uit Spanje.
Het betekent dat de velden in november/december worden ingezaaid (met meloenzaad van Nederlandse zaadfirma’s). Een korte teeltperiode van 2 tot 3 maanden tijdens de droge tijd onder irrigatie. Na ongeveer zestig tot zeventig dagen zijn de meloenen rijp en volgt certificering en verscheping naar Rotterdam. De rest van het jaar liggen de akkers braak. Vroeger verbouwde men nog wel droge rijst tijdens de regentijd, maar dat is nauwelijks nog rendabel gebleken. In deze streek zijn ook veel productiebossen van teakhout (Tectona grandis) van Aziatische oorsprong.
We maken nog een tussenstop in Jicaral om te lunchen. Bij een grote supermarkt worden ‘meriendas’ (snacks) ingeslagen voor in de bus of op de kamer. Op het laatste stuk naar Playa Naranja even oponthoud vanwege de oversteek van een grote kudde herkenbare melkkoeien.
Aankomst in Hotel OPacifíco, gelegen aan het water van de baai. Voor het eerst geen extra bed op de mooie kamer, maar het dubbelbed is van fatsoenlijk formaat.
Prachtig zwembad in mooie tuinen en een strand aan zee. Op het terras vóór de kamer zitten door de beschutting kleine steekmuggen die zelfs de DEET trotseren. We wijken uit naar het strand om even te zwemmen in zee; Marita wordt op haar pols gestoken door een kwalletje en reageert daar twee dagen later nogal heftig op. Heerlijk relaxen bij enorme Ficus bomen, waarvan de luchtwortels van de takken naar beneden hangen om zich vervolgens in de bodem te verankeren. Hangmatten hangen onder bloeiende flamboyanten (Delonix regia). De peulen zijn aangevreten, vermoedelijk door eekhoorns. De zaden zijn er netjes uitgepeuterd.
De veerboot van Playa Naranja naar Puntarenas aan de overkant op het vasteland vaart voorbij. Overmorgen zullen we met die veerboot oversteken naar onze volgende stopplaats.
Maar na een rustige avond, gezamenlijk eten in het hotel (deels afgekoeld omdat men alle achttien schotels tegelijk wil uitserveren), en goede nachtrust, is het alweer vrijdag, 20 maart. Ontbijt met roze yoghurt, gekleurd met pitaja, terwijl twee witvleugeltreurduiven (Zenaida asiatica) vanaf een dakbalk de ontbijttafel in de gaten houden. De pitaja of drakenvrucht is de vrucht van enkele cactussoorten, inheems in Midden-Amerika. Grappig is dat ik pitaja voor de eerste keer gegeten heb in Vietnam. Het Wageningse documentatieproject Prosea had toen net een boek uitgegeven over de vruchten van Zuidoost-Azië (1991). Maar de introductie van pitaja in Zuidoost-Azië was zo recent dat de vrucht nog niet erg bekend en verspreid was; daardoor hebben we deze vrucht in het boek gemist!
Vandaag staat vanuit havenstad Paquera een boottocht op het programma langs de kust van het schiereiland. Tijdens de busrit naar Paquera maakt Marita een mooie foto van een ‘Cruce de Fauna’ bord met zelfs drie dieren erop. We bedenken net dat we nog helemaal geen overstekend wild of doodgereden dieren hebben gezien, of er steken twee witsnuitneusberen (Nasua narica) voor de bus de weg over.
Hier ook veel boomgaarden met kleine vruchtbomen vol papieren zakjes. Het blijken guavebomen (Psidium guajava) te zijn, waarvan de zich ontwikkelende vruchten worden beschermd tegen wormpjes.
We worden in de haven over twee boten verdeeld door de gids met lange rasta vlechten en een Duitse vriendin voor een prachtige boottocht de Golf van Nicoya uit richting enkele eilandjes langs de kust van de Grote Oceaan. Het stikt er in de lucht van de Amerikaanse fregatvogels (Fregata magnificens) en op een rotspartij langs de kust een familie van de zwarthandslingeraap (Ateles geoffroyi) met zijn lange ledematen. We varen vlak langs poorten in de rotsen die door watererosie zijn ontstaan.
Eerste natte landing op een strandje, waar we door de gidsen worden getrakteerd op verse ananas en watermeloen. Een deel van ons gezelschap (waaronder Marita) gaat met één boot een eindje uit de kust bij een kleine rotspartij snorkelen. Het onderwaterleven valt een beetje tegen, maar bovenwater zijn ze getuige van een opduikende walvis met jong. Het walvisseizoen is eigenlijk al voorbij. Het betreft hier waarschijnlijk een laatgeboorte. Het jong moet eerst aansterken voor de gevaarlijke trektocht wordt ondernomen.
Ondertussen vermaakt de rest van het gezelschap (waaronder ik) zich op het strand met twee witzwarte grondleguanen (Ctenosaura similis), die van de heuvels naar beneden komen rollen en er verschijnen twee witstaartherten (Odocoileus virginianus) op zoek naar etensresten. Enkel fruitresten worden hen toegeworpen.
Een kale bloeiende boom op het strand is waarschijnlijk de ‘multipurpose’ gliricidia (Gliricidia sepium), die onder andere als schaduwboom voor koffie en cacao wordt gebruikt. Langs de branding liggen bijzondere schelpen en skeletonderdeeltjes van zeedieren, maar het is verboden om dergelijke souvenirs mee te nemen. Ik durf het aan om één ‘keitje’ mee te nemen met enkele oppervlakkige gaatjes. Waarschijnlijk toch een onderdeel van een of ander groter skelet. Het ‘keitje’ zit me nu thuis voor mijn computerscherm dan ook verdrietig en boos aan te kijken.
Weer in de boot blijven we een hele tijd rondcirkelen om de walvis met jong gade te slaan. De mooiste foto’s worden gedeeld in de groepsapp. Snorkelen was dus niet nodig om van de walvis te genieten!
Onderweg naar de volgende stop zien we de bruine pelikaan (Pelecanus occidentalis) en een visarend (Pandion haliaetus). Een tweede stop is op het Isla Tortuga, waar onze schippers vandaan komen. Hier wordt een eenvoudige lunch geserveerd in een authentieke ‘setting’ van het alledaagse leven. Mogelijkerwijs heeft Marita hier iets verkeerds gegeten, want een dag later slaan haar ingewanden op hol.
Toch: ‘What a beautiful day!’
In het hotel eten we ‘s avonds in groepjes van vier aan aparte tafels. Dit om het uitserveren te vergemakkelijken en koud eten te voorkomen. Marita en ik hebben een interessant gesprek met William en Marjon, praktiserende zevendedagsadventisten. Zaterdag is voor hen de rustdag, net als voor de joden, en zondag is de eerste dag van de week. Als ondersteunend bewijs wordt ‘Mittwoch’ genoemd, die precies tussen zondag en zaterdag in ligt. Maar ja, dat is Duitsland. Wij hebben gewoon ‘woensdag’ (Wodansdag). En ik moest in mijn jeugd nog heel lang naar school op zaterdagochtend!
Gepost: 22 April 2026