WANDELEN: Uchta

Het dorp Uchta uit de dertiende eeuw is inmiddels uitgegroeid tot het Betuwse dorp Ochten op de noordelijke oever van de Waal. Tijdens het laatste jaar van mijn studie in Wageningen (1973) woonde ik (eerst met vriend Paul en later met (ex-)echtgenote Lies) in een dijkhuisje aan de Waalbandijk, een eindje buiten het dorp (No.77).


Op die leeftijd ben je met andere dingen bezig dan de geschiedenis en overblijfselen van Uchta. Overblijfselen zijn er overigens nauwelijks, want Ochten werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zo zwaar beschadigd, dat het in de naoorlogse jaren volledig moest worden herbouwd. De felle strijd bij Ochten was een gevolg van de Betuwelinie, een bijna vergeten verbindingsstuk tussen de Grebbelinie en de Peellinie, onze primaire verdediging in 1940.


Maar Ochten werd pas echt wereldberoemd op 1 februari 1995, toen de Waaldijk op springen stond. Uit voorzorg waren een kwart miljoen mensen en een miljoen stuks vee geëvacueerd uit het rivierengebied. Een onuitwisbaar beeld van die bijna-ramp was de buitenlandse verslaggever, die op de dijk bij Ochten wijdbeens heen en weer wiegend live voor de camera riep: “The dike is moving”.


Op 3 maart 1827 ging het echt mis bij Ochten. De Waaldijk brak door op drie plekken vlakbij elkaar door kruiend ijs. Grappig dat ik voor het eerst weet kreeg van deze Betuwse ramp door een waterpeil streepje op de gevel van het Elisabeth Weeshuis in Culemborg (‘Culemborg’. In: No.10, 2023).


Een ‘sentimental walk’ brengt me terug naar Ochten op woensdag, 18 juni 2025. Ik start bij de kerk en bereik aan de noordkant van het dorp de Linge, een rivier die stroomt van het Pannerdensch Kanaal in het oosten naar Gorinchem in het westen. In de berm van de afrit van de A15 bloeien aardaker en glad walstro.


De Betuwelinie liep van Fort de Spees aan de Rijn bij Opheusden (tegenover de Grebbeberg en de Blauwe Kamer) naar de Waal bij Ochten. De aarden wal is inmiddels grotendeels afgegraven. Op deze plek lag in de Linge een inundatiesluis, waardoor het oost-west stromende water kon worden opgestuwd om het gebied ten oosten van de linie te inunderen. Ik krijg weinig te zien van de restanten, die nu midden in een weiland liggen aan de andere kant van het water, omdat de loop van de Linge iets is verlegd.     


Ik volg de Linge enkele kilometers oostwaarts. In de rietkragen panikeert een kleine karekiet om zo het nageslacht te waarschuwen voor de indringer. De vlinder kleine vos poseert even op een weegbree. Op deze noordelijke oever vooral kwekerijen van bomen en sierplanten. Boomkwekers werken op een hoogwerker onder een parasol in de kruinen van de jonge laanbomen. Enorme velden pioenroos met afgeknipte bloemstelen, maar her en der is een bloem aan de snoeischaar ontsnapt. Een afgeschermd veld met de blauwe bloemen in lange trossen van Delphinium. Af en toe zicht op de Linge tussen de rietkragen door, met ertussen veel egelskop en een verdwaalde kaardenbol. 

      

De route verlaat de Linge en voert vervolgens door het Eldikse Veld. Een beeld van een verrekijkende wandelaar tuurt over de verruigde weilanden, waar de weidevogels vrij spel hebben. Op de sokkel een verwijzing naar de ‘Vergeten Betuwestelling’.


Kieviten, scholeksters, grutto’s en tureluurs krijsen me toe dat ik uit de buurt moet blijven van hun pullen. Ik krijg zowel een tureluur op een zonnepaneel als een grutto op een paaltje mooi in beeld.

Boerensloten staan vol met holpijp. Een boomkwekerij heeft zich gespecialiseerd in de Amerikaanse amberboom, die veel in steden wordt aangeplant.


Ik bereik de Waalbandijk met zicht op Druten aan de overzijde van het water in het Land van Maas en Waal. Onderlangs aan de zonnige uiterwaardse zijde kan ik genieten van een zeer rijke en gevarieerde vegetatie op de dijkhelling. Heel veel wede met zijn zwarte rijpe hauwen. Op de stenige delen bloeien matten van wit vetkruid. De éénjarige bolletjesraket lijkt qua habitus op zwarte mosterd, maar dan met kleine bolvormige hauwtjes. Sint-Janskruid staat inmiddels in bloei. Dat mag ook wel, minder dan een week vóór de naamdag van St. Jan (24 juni).


Ik klim even de dijk op om naar de plek te lopen waar dijkhuisje Waalbandijk 77 (twee-onder-een-kap met No.79) heeft gestaan. Dik twintig jaar nadat wij het pand hadden verlaten moest het romantische huisje met bedstee wijken voor de dijkverzwaring na de bijna-ramp van 1995.


Een lange lus leidt me in de uiterwaarden door de Gouverneurspolder met ooibosjes, maisakkers en een aantal grindgaten. Langs de waterpartijen bloeien moeraskruiskruid en moerasandoorn.


In een maisakker veel aardappelopslag van een vorige teeltronde. Nu wel de mais wordt beschermd, maar de aardappel niet wordt bespoten, heeft de coloradokever vrij spel. De aardappelplanten zitten er vol mee. Met name de larven zijn vraatzuchtig en in staat planten volledig te ontbladeren.


Opvallende akkeronkruiden in de mais zijn ereprijs en melganzenvoet. Wilde cichorei en teunisbloem bloeien uitbundig langs de graspaden. Koeien hebben op deze warme dag ook een stranduitje en staan te pootjebaden, liefst in de schaduw van enkele bomen.     


Een kokmeeuw rust uit op een paal in het water. Een gele kwikstaart zit in de top van een struik. Enkele kluten lopen op de oever van een grindgat. Een huismus heeft een rups gevangen, maar heeft hem neergelegd op een paaltje en zit hem aandachtig te bekijken: “Is dit enge zwarte beest wel eetbaar?


Vlakbij de voormalige Veerstoep in het dorp zijn de uiterwaarden erg smal. Op het pad langs de dijkhelling ligt een verongelukte rosse woelmuis. Onder de planten vertonen zich hier ook vlasbekje, echte kruisdistel, een tuinlathyrus en zwarte toorts.


Sinds mijn laatste wandeling in deze contreien (‘Waal 1’. In: 1000110, 2019) is er wel wat veranderd. Café-Restaurant de Waal is definitief gesloten, maar Cafetaria ’t Veerstoepje heeft ondertussen een tapvergunning bemachtigd. Bij deze uitspanning staat een beeldje van een kikker boven op zandzakken. Op de sokkel staat de tekst:

 

                 ‘Hoogste tij(d) voor Ochten

                   Dank aan hen, die het tij

                           op tijd keerden’

                                1–2–1995

 

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 6 Juli 2025

 

Klompenpaden: Uchtapad  (14 km)