Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Oostwaard
Eind negentiende eeuw werd de Nieuwe Merwede gegraven dwars door de Biesbosch, om als belangrijkste benedenloop van de Waal te fungeren. De kleine kreken die tot dan toe het Waalwater hadden afgevoerd werden overbodig en merendeels afgedamd. Omdat de Nieuwe Merwede de provinciegrens is, bestaat de Biesbosch sindsdien uit een Zuidhollands deel (Sliedrechtse Biesbosch en Dordtse Biesbosch) en een Brabants deel (Brabantse Biesbosch), tezamen het Nationaal Park vormend.
De Brabantse Biesbosch ligt tussen de Nieuwe Merwede en de Amer (verlengde van Bergsche Maas en Maas) en wordt in het oosten begrensd door het Land van Altena. De Brabantse Biesbosch bestaat in essentie uit de Zuidwaard, het deel dat alleen via het water is te bereiken. Echter sinds de Noordwaard (ten westen van het Steurgat en ten noorden van de Reugt) is ontpolderd is dit deel aan het Nationaal Park toegevoegd. Tien jaar geleden fietste ik door de Noordwaard, terwijl de bulldozers nog bezig waren het gebied te egaliseren en klaar te maken voor noodopslag van overtollig rivierwater (‘Biesbosch’. In: Tureluren, 2015).
Buiten het Nationaal Park ligt ten oosten van het Steurgat de omdijkte Oostwaard, grotendeels in agrarisch gebruik. Het hoort bij het Land van Altena en ik raakte al eens aan de oostgrens tussen Hank, Nieuwendijk en Werkendam (‘Altena zonder Heusden’. In: Tureluren, 2015).
In de Oostwaard liggen een aantal kreken min of meer evenwijdig aan elkaar: Bruine Kil, Bakkerskil en Bleeke Kil. Die ‘killen’ trekken me wel en op donderdag, 21 augustus 2025, maak ik een wandeling in deze Oostwaard, te beginnen in Werkendam.
Ik parkeer bij de kade van de fietspont Riveer, die een sneldienst onderhoudt tussen Werkendam, Hardinxveld, Sleeuwijk, Gorinchem, Woudrichem, Slot Loevestein en Fort Vuuren. Ik zie de ‘snelle jongen’ liggen aan de overkant in Hardinxveld. Ik kan niet zien of Kai, de robotmatroos, vandaag dienst heeft. Hij zit nog in zijn proeftijd.
We bevinden ons hier precies op het punt waar de Boven-Merwede splitst in Beneden-Merwede en Nieuwe Merwede. Grappig te lezen dat het Merwedewater (Waalwater) wordt verdeeld tussen de Nieuwe Merwede en de kleinere Beneden-Merwede in een verhouding 3:1, net zoals bij de Pannerdense Kop het Rijnwater wordt verdeeld in dezelfde verhouding tussen Waal en Pannerdens Kanaal (Beneden-Rijn).
Ik haast mij met gezwinde spoed door Werkendam met onderweg een mooi laantje Cannidasse (Canadese populieren) en struiken rode kornoelje vol trossen paarse vruchten.
De rotonde aan de oostkant van het dorp is versierd met de boeg van een binnenvaartschip, dat met grote letters laat weten dat je Werkendam hebt bereikt.
Ik betreed de Oostwaard daar waar eind 2014 een gecrashte Britse bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog met vermiste boordschutter is opgegraven. De meeste bemanningsleden konden op 22 juni 1944 het brandende vliegtuig per parachute verlaten. Tijdens mijn fietstocht in 2015 stond dit bijzondere monument van motorblok en propellers er nog niet (‘Biesbosch’. In: Tureluren, 2015).
De akkers zijn bebouwd met suikerbieten en aardappels. Graanakkers zijn reeds geoogst, geploegd en geëgd, klaar voor een navrucht (groenbemester) of voor volgend voorjaar.
Enkele akkerranden staan vol bloemen, waaronder goudsbloem, akkermelkdistel, cosmos en kroontjeskruid.
Ik bereik de Bruine Kil. De kreek is recentelijk van ongerechtigheden gezuiverd, zodat er geen interessante oevervegetatie resteert.
In de verte de energiecentrales van Geertruidenberg, de moderne Amercentrale en de gesloten Dongecentrale.
Een gecrashte libel, het vrouwtje van de gewone oeverlibel, ligt in het gras te spartelen. Bij nadere inspectie blijkt zij een deel van een achtervleugel te missen. Een gewone gewonde oeverlibel dus.
Verse koeienvlaaien kondigen een groepje jonge koeien aan, die het graspad langs de kreek kort mogen houden. In de houtwallen – restanten van griendbossen – pronkt de vlier met zijn trossen paarse bessen, net als eerder de rode kornoelje.
Ik verlaat de Bruine Kil en kom bij een enorm veld spruitkool. De spruitjeslucht is nog niet zo doordringend, want de spruitjes in de bladoksels zijn nog piepklein. Koolwitjes in overvloed. Die zetten hun eitjes graag af op koolplanten, maar ze moeten wel beseffen dat er af en toe gespoten wordt. Langs de bosrand een ‘hoogzit’ (stoel op hoge poten). Vandaar kun je mooi de spruitjes zien groeien.
In een verbindingssloot tussen de Bruine Kil en de Bakkerskil is een kleine stuw voorzien van een viscentrifuge, die fungeert als een soort wentelteefje. In het langzaam rondtollende water kunnen vissen het niveauverschil in beide richtingen overbruggen.
Ik schrik van een groepje kwartels die vlak voor mijn voeten wegvliegen. In een weiland een hele grote groep Cannidasse, dit keer Canadese ganzen. Langs een bietenveld restanten van groenbemesters radijs en bijenbrood.
De Bakkerskil is van groter formaat dan de Bruine Kil. Bij een groenstrook liggen een groot aantal sloepjes afgemeerd, vooral om mee te gaan vissen.
Een groep schapen in een weiland denkt dat ik de goede herder ben; ze rennen blèrend met me mee tot ze bij de afrastering niet verder kunnen.
Een groot uienveld is klaar voor de oogst. Het loof is al afgestorven. Bij boerderij en B&B De Hooge Polder staat rode kool onder de ‘douche’. En door die sproeier kan ik even genieten van een verkwikkende vochtige nevel. Even verderop een veld gewone boon.
Ik wandel grotendeels over een hobbelig graspad langs de kreek. Pijlkruid staat mooi te bloeien in het water. Mijn twaalfuurtje gebruik ik onder een gigantische Spaanse aak, vol dubbel gevleugelde vruchtjes.
Met het trekpontje had ik me over kunnen zetten naar het fietspad op de andere oever. Dat is het pad dat ik ooit eerder heb befietst en dat je over de Papsluis en langs Fort Bakkerskil leidt (‘Altena zonder Heusden’. In: Tureluren, 2015). Nu zou ik voor een bezoek aan sluis en fort de Bakkerskil moeten overzwemmen, maar ik kan ze wel van afstand op de foto zetten. De Papsluis was onderdeel van de Hollandse Waterlinie en werd geacht het Land van Altena onder water te kunnen zetten. Fort Bakkerskil was dan weer bedoeld om sabotage te voorkomen en te zorgen dat de sluis zijn werk kon doen.
In Werkendam wandel ik opnieuw over een mooi populierenlaantje langs een industriegebied. Prominent springt in het oog een fabriek van FF Chemicals met hoog op de gevel de provocerende tekst ‘Jesus saves’. Ik heb net een foto gemaakt van deze spreuk of er valt een dikke tak van een Canadese populier vlak naast me neer en mist me op een haar: “Jesus saves”.
Het populierenlaantje loopt dood op een oude grasdijk tussen dit industriegebied en de woonwijken van Werkendam, ik neem aan de oorspronkelijke ringdijk van de Oostwaard. De dijk heeft behoorlijk last van veldmuizen en de veldmuizen van wodka, getuige de lege fles vlakbij het labyrint van muizenpaadjes.
Sommige delen van deze grasdijk staan vol met uitgebloeide speerdistel, een paradijs voor een groep puttertjes, die steeds voor me uit vliegen. Ik krijg er met moeite eentje op de foto.
Gepost: 7 September 2025
Groene Wissel 411: Werkendam (20 km)