WANDELEN: Drentse Diepjes

Aan de westkant van de Hondsrug tussen Emmen en Groningen stroomt de Drentsche Aa, een beek die haar leven lang ongestoord heeft mogen kronkelen door een breed stroomdal met een rijke flora en fauna.


De beek heeft zijn naam gegeven aan een Nationaal Park, de driehoek tussen Assen, Gieten en Glimmen. Eromheen ligt dan nog een zone, vooral aan de zuidkant (Gieten – Borger – Grolloo – Assen), die de status heeft van Nationaal Landschap.


Voor alle duidelijkheid: De Drentsche Aa bestaat alleen in de provincie Groningen. De Drentse bovenlopen zijn ‘Diepjes’. Nadat het Anreeperdiep (bron in de buurt van het TT-circuit bij Assen) en het Amerdiep (bron bij het dorp Amen!) zijn samengevloeid aan de oostrand van Assen, volgen respectievelijk Deurzerdiep, Loonerdiep, Taarlosche Diep, Oudemolensche Diep, Schipborgsche Diep en Westerdiep, om nog maar te zwijgen over alle zijdiepjes zoals het Anloërdiepje. Pas op de grens met de provincie Groningen heet de beek Drentsche Aa.


Eerder maakte ik al eens op de fiets een wijde lus door het Nationaal Park & Landschap (‘Groeten uit Grollo’. In: Tureluren, 2015) en een lijnwandeling van Assen naar Westlaren (‘Drentsche Aa’. In: Dreamgirls, 2018).


Tijdens een kort verblijf in Wilhelminaoord in Drenthe maak ik op dinsdag, 9 september 2025, een rondwandeling in het centrum van het Nationaal Park, met start op de Brink van het kleine dorp Zeegse. Wolvenfluitje op zak, niet om ze te lokken, maar om ze te verjagen.


Vlak achter het plaatselijke hotel een stukje prachtig bloeiende heide met de grootste jeneverbesboom van Europa! Degene die dat met zekerheid heeft vastgesteld verdient de Ig Nobelprijs. Van verre is de struik helemaal niet zo imposant. Je kunt de struik echter ‘binnengaan’ en dan moet ik toegeven dat de liggende vertakkingen in alle richtingen indrukwekkend zijn. Vanaf een ‘hoogzit’ kun je de boom en de struikheide in de gaten houden.   


Op het Molenveld liggen enkele grafheuvels. Ze worden niet echt beschermd, want delen zijn helemaal afgegraasd. Op het Molenveld staat Korenmolen De Zwaluw uit 1837.


In het stroomdal van het Oudemolensche Diep enkele opvallende dode bomen met ooievaarsnesten. In de verte krioelt het van de mensen langs de beek, misschien vrijwilligers die onderhoud plegen.


Na een bruggetje volg ik de beek stroomopwaarts. Twee bijzondere plantjes noteer ik: knikkend tandzaad en oranje springzaad. De beek schuurt hier tegen een hoge zandrug aan, waardoor bomen omvallen en aardlagen bloot komen te liggen. Vanaf een bankje kun je hier genieten van de ruige interactie van water, bodem en vegetatie. Op het bankje de tekst: ‘Als dank voor alle wandelingen. Dieuwertje’. De gedachten gaan even uit naar Dieuwertje Blok, maar dit zal een andere Dieuwertje zijn.


Het begint te miezeren. Het begint te regenen. Het begint te hozen. En het houdt niet meer op. Bij een brug over het Oudemolensche Diep staan tientallen fietsen en blijkt de groep ‘vrijwilligers’, die ik eerder in de verte zag, te bestaan uit scholieren van het Willem Lodewijk Gymnasium uit Groningen. Zij zijn in het stroomdal in de stromende regen dapper bezig met veldwerk. Bodemmonsters nemen en vegetatieopnames maken om die later op school uit te werken. De leraar (Biologie?) doet dit al tien jaar met zijn klassen, maar heeft nog niet eerder zo veel regen moeten trotseren.


Ik wandel langs de bossen rond de Schipborg, een modelboerderij gebouwd door Berlage voor Anton Kröller. Door de hevige regen is het gebouw totaal onzichtbaar op het eind van de zichtlijnen die aangebracht zijn in het bos.


Hier eindigen mijn observaties, aantekeningen en foto’, want alles is zeiknat. Ik passeer een bruggetje over het Anloërdiepje, een zijtak van de hoofdstroom, maar zie verder nauwelijks iets van het beekje. En ik had me nog wel willen concentreren op dit gebied en dit verhaaltje ‘Anloërdiepje’ willen noemen. Ik voel me echter alsof ik in het ‘Diepe’ ben gegooid, en die in Drenthe zijn de ergste. Mijn regenjas blijkt inmiddels zo lek als een zeef.


Ik duik in Anloo, iets over de helft van de beoogde route, horeca De Koningsberg binnen voor een warme chocolademelk met appeltaart en vraag naar eventuele busverbindingen vanuit Anloo naar Zeegse. Maar denk maar niet dat er bussen rijden tussen de kleine Drentse dorpen.


Ik bescherm mijn kwetsbare spullen (verrekijker, fotocamera, mobiel, portemonnee) zo goed en zo kwaad als het gaat in mijn drijfnatte rugzak en ga op weg voor de kortste route naar Zeegse, langs het asfalt, zo’n acht kilometer.


Nat tot op het bot rijd ik met de auto in een uur terug naar Wilhelminaoord voor een warme douche en het drogen van alle rekwisieten. Bij aankomst in Wilhelminaoord is uiteraard de regen op!


Niet eerder zo nat geweest tijdens mijn zeshonderd dagtochten. Wat zeg ik: slechts één of twee keer een tocht afgebroken vanwege de regen.


Nu moet ik wel bekennen dat ik thuis in Wageningen op basis van de weersverwachting niet zou zijn vertrokken. Maar ik zat nu eenmaal in Wilhelminaoord om Drenthe weer eens met wandelingen te verblijden. Dan waag je het er maar op! 

 

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 29 September 2025

 

Staatsbosbeheer: Wandelroute Drentsche Aa (20 km)