Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Graafsche Raam
Door de recente fietstocht langs het Defensiekanaal (‘Mill’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025) ben ik wat meer te weten gekomen over de Peel-Raamstelling in Oost-Brabant, onze vooruitgeschoven eerste verdedigingslinie bij de Duitse inval in 1940. Die stelling maakte in het zuiden gebruik van de Zuid-Willemsvaart, vanaf de Belgische grens tot aan de Peel, en in het noorden van rivier de (Graafsche) Raam, van de Peel tot de Maas bij Grave. De aansluiting daartussen werd gevormd door het gegraven Defensiekanaal (Peelkanaal).
Ik vind een aantrekkelijke Raamdal-tocht om dit noordelijke deel van de stelling eens nader te bewandelen op woensdag, 29 oktober 2025. Eerst wandelen, dan mijn stem uitbrengen voor de Tweede Kamer! Ik ben niet zwevend (110 VOLT) en ik denk niet dat het Raamdal me nog op andere gedachten zal brengen.
Start bij de Sint-Janskerk (1875) in Gassel, een klein dorp tussen Grave en de Kraaijenbergse Plassen. Een deel van deze wandeling ligt in de Beerse Maas, alias Traverse Beerse Maas. Al in de late middeleeuwen verschafte men noodgedwongen ‘ruimte aan de rivier’. Ten noorden van Beers lag tussen Gassel en Linden de Beersche Overlaat, een bewuste verlaging in de zuidelijke Maasdijk. Bij hoogwater stroomde Maaswater naar het dal van de Raam, die op zijn beurt buiten de oevers trad en de Beerse Maas vormde, parallel aan de ‘echte’ Maas, in uiterste gevallen enkele kilometers breed en zo’n veertig kilometer lang tot aan de noordkant van ’s-Hertogenbosch. Ongetwijfeld een nuttig onderdeel van de Zuiderwaterlinie tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
In 1942 is de Overlaat definitief gesloten, maar ik lees dat na de bijna-ramp van 1995 men overweegt (of heeft overwogen) om de Overlaat in ere te herstellen en van de Traverse Beerse Maas een natuurgebied te maken.
Vanuit Gassel zit ik al snel in het Gasselse Bos met flink wat tamme kastanje, maar vooral Amerikaanse eik. Waar ik het bos verlaat staat een informatiebord van het ‘LIFE Resilias’ project, dat de aanwezigheid van invasieve exoten accepteert, maar probeert te beperken door de veerkracht van het bos te vergroten. Dit project kwam ik eerder tegen bij het Leenderbos (‘Leenderbos’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025). Het is met name gericht op de Amerikaanse vogelkers, een pionierssoort die vooral dominant wordt in een bos dat zelf in de pioniersfase verkeert (veel licht). Er worden dan ook schaduwrijke bomen aangeplant (toch geen Amerikaanse eik?). Dit sluit wel mooi aan bij de opmerkingen over invasieve exoten in mijn vorige wandelverhaal (zie: ‘Beneden-Regge’)
Ik zie dat ik op het ‘Ezeltjespad’ zit, dus maak me snel uit de voeten. Je kunt hier een wandeling maken samen met de ezeltjes Harrie & Toos van ‘Buurvrouw kookt’. Buurvrouw heeft het te druk met koken, dus is blij wanneer anderen de ezels uitlaten (wel tegen betaling).
Opvallende boomkwekerijen vind je hier, met bomen en struiken in bijzondere vormen. Een fluweelboom (azijnboom, sumak) zit vol met zijn dieprode ‘kaarsen’.
In een volgend stuk bos kom ik bij de Broekse Wielen met rondom een begrazingsgebied. In de modderige delen groeit volop de grote waterweegbree, maar zonder bloeiwijzen.
Het landschap hier voelt idyllisch aan en dat gevoel wordt bevestigd wanneer ik aan een boom een bordje zie hangen van ‘Icoonlandschap Tongelaar’. Sinds er geen overheidsbeleid meer is ten aanzien van Nationale Landschappen (2011) is de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC) gestart met de campagne ‘Icoonlandschappen’. Er zijn er inmiddels negen ‘benoemd’. Het zijn landschappen met voornamelijk agrarisch gebruik, die sinds hun ontstaan onaangetast zijn gebleven, rijk aan biodiversiteit, zonder lelijke dissonanten (bijvoorbeeld geen prikkeldraad, maar heggen en houtwallen) en met een rijke cultuurhistorie. Landgoed Tongelaar met het gelijknamige kasteel is zo’n gebied, grotendeels gelegen in het Raamdal.
Ik wandel meteen langs een mooie houtwal vol rode en roze vruchten van Gelderse roos, wilde roos (bottels) en kardinaalsmuts. Ertussen struiken van de Spaanse aak.
Wat volgt is weer een boomkwekerij, dit keer van de bijzondere parasolden. Blijkbaar doet deze mediterrane soort het prima in een Icoonlandschap. Een aantal forse exemplaren zijn uitgegraven, ingepakt en klaar voor transport. Parasoldennen leveren de eetbare pijnboompitten, maar déze bomen zijn ongetwijfeld voor de sier.
Bij een brug komen twee beekjes bij elkaar, de Biestgraaf en de Ottersgraaf, die door het landgoed stromen. Iets noordelijker voegt dit samenvloeisel zich bij de Graafsche Raam.
Een houten wegwijzer wijst de weg naar Kasteel Tongelaar, via een lange laan die ik oversla. Vervolgens kom ik bij de brug waar Lage Raam en Defensiekanaal bij elkaar komen en verder stromen als Graafsche Raam naar Grave. In de Lage Raam zie ik langs de oever enkele drijftillen van de invasieve grote waternavel. Op dit punt ligt Kazemat 32. Je komt er vele tegen als je het Defensiekanaal volgt naar het zuiden richting Mill. En nu toch het woord Defensie valt, ook hier ontkom je niet aan het intense lawaai van opstijgende of overvliegende F-35’s van Vliegbasis Volkel.
Een akker is begroeid met oogstrijpe cilindrische paarse radijs. Enkele planten in het enorme veld zijn in bloei geschoten.
Hier kom ik erachter dat ik vergeten ben mijn gps op mijn gsm aan te zetten. Vandaar dat de eerste zes kilometer op het routekaartje handmatig als stippellijn zijn aangevuld.
Ik bereik het natuurgebied Langven en De Maurik. De Maurik is een buurtschap met een Maurikkapel, een straatkapel gebouwd in 2007 ter ere van Maria. De Maurik heeft een ‘Campagnelaan’, maar die kan na de verkiezingen van vandaag weer voor een tijdje opgeborgen worden.
Het Langven was tot 1950 een veenpoel. Daarna is het opgevuld met zand van de omringende stuifduinen voor gebruik als landbouwgrond. In 1996 is er weer een veenpoel van gemaakt (‘Land van Grave’. In: Eigen land laatst!, 2021). Lekker efficiënt! Momenteel staat het moeras zo goed als droog en grazen er paarden.
Tussen het Langven en de Graafsche Raam ligt een enorm begrazingsgebied voor paarden en bruine en zwarte Schotse hooglanders. De dieren weten blijkbaar dat bezemkruiskruid giftig is voor mens en dier, want het is de enige plant die ongestoord doorgroeit en bloeit op de kale vlakte.
Ik wandel een flink stuk langs de Graafsche Raam zonder kazematten tegen te komen. Ook de Graafsche Raam heeft last van de grote waternavel. Vlakbij Escharen voegt ook nog de Hoge Raam zich bij de Graafsche Raam.
Nog twee dagen tot Halloween (31 oktober) en in Escharen zijn enkele tuinen al in hogere sferen gebracht met enorme spinnenwebben, pompoenen, skeletten en graftombes.
Ik sta even met mijn mond vol tanden bij een akker met jonge planten van een onbekende groenbemester. Thuis blijkt het gingellikruid, alias nigerseed, te zijn. Nigerseed is het belangrijkste oliegewas van Ethiopië en behoort inmiddels tot de ingeburgerde flora van Nederland, hier aanbeland in vogelvoer. Slechts één keer eerder bewust tegengekomen, bloeiend in een berm (‘Helden’. In: Zafira, 2024).
‘Wijnruimerweg’ is een bijzondere straatnaam, die je doet afvragen wie de wijn heeft geruimd en vooral hoe? Misschien slaat het wel op vriend Gerard, voormalig wijnboer in Portugal, die zijn kleine wijngaard heeft verkocht en hier vlakbij een chaletje heeft op Camping Bruinsbergen in Escharen.
Ik kom weer in het Gasselse Bos en volg een bijzondere wegwijzer voor een wandeling van 3350 meter. Waarschijnlijk een parcours van Loopgroep Grave, die aan de andere kant van het bos, bij molen Bergzicht (1815), een verzamelplaats heeft. Van die kant is trouwens het parcours vijftig meter langer (3400 meter).
Even terug naar het bos, want in één van de poelen groeit en bloeit een bijzondere waterplant, of beter aquariumplant: Chinees pijlkruid (Sagittaria graminea), een primeur voor mij. Hij is vooralsnog zeldzaam in Nederland, maar mocht hij zich flink verspreiden, dan wordt hij ongetwijfeld toegevoegd aan de (Europese) Unielijst van invasieve exoten.
Een dame komt me tegemoet met een prachtige husky aan de lijn. ”Mooie hond”, zeg ik. Ik hoop dat de dame in kwestie zich niet beledigd voelt.
Via een enorme boomkwekerij bereik ik de Maasdijk. Vervolgens een struinroute rond de meest westelijke ‘Plas 5’ van de negen Kraaijenbergse Plassen. Deze plassen zijn ontstaan door zandwinning binnendijks van de Beersche Overlaat. Ze zijn deels ingericht voor recreatie, maar Plas 5 blijft puur natuur.
Ik volg modderige koeien- en paardenpaadjes door ruige vegetatie. Exmoor pony’s met hun karakteristieke meelsnuit en prachtige Heckrunderen met vervaarlijke hoorns begrazen het gebied. Heckrunderen houden niet zo van recreanten, lees ik achteraf, maar toch staan ze niet achter een hek.
In de plas een groepje barbaarse muskuseenden, alias barbarieeenden. Een Exmoor pony trekt een sprintje op een drooggevallen zandige plaat. Bij een vogelkijkhut zonder bijzondere watervogels verlaat ik de Plas en ben alras terug bij de Sint-Janskerk in Gassel.
Voorwaar een bijzonder gebied!
Gepost:13 November 2025
WandelZoekpagina: Raamdal-tocht (19 km)