WANDELEN: Zwolle-Noord

De versterkte kern van Zwolle is in de middeleeuwen ontstaan op een zandrug (‘suol’) in het moerassige gebied tussen het Zwarte Water en de Overijsselse Vecht. Het Zwarte Water ontstond uit enkele kleinere weteringen. Eeuwenlang was het Zwarte Water de enige verbinding van Zwolle met de Zuiderzee. De wens om aan te sluiten op de iets westelijker gelegen IJssel werd tegengewerkt door de concurrerende Hanzesteden Deventer en Kampen. Zwolle deed destijds veel moeite om schepen vanuit zee veilig het Zwarte Water binnen te loodsen middels kilometers lange leidammen. Oud-Kraggenburg in de Noordoostpolder is daarvan het tastbare relict (‘Land van Vollenhove’. In: Siem Sing a Song, 2020).


Maar toen kwam begin negentiende eeuw Koning Willem I, die hevig inzette op waterwegen voor transport. Hij verleende Zwolle subsidie voor het graven van de gewenste verbinding met de IJssel vanuit de stadsgracht. Deze werd in 1819 als Willemsvaart in gebruik genomen.

Met de groei van de stad werd deze vaart onpraktisch en hij is in 1964 vervangen door het iets noordelijker gelegen Zwolle-IJsselkanaal. Niet zo lang geleden stond ik op de plek waar dit kanaal uitmondt in de IJssel (‘Vreugderijk’. In: Zafira, 2024).


Ten noorden van Zwolle stroomt uit oostelijke richting de Overijsselse Vecht uit in het Zwarte Water. Deze fuik in de omgekeerde Y is het doel van mijn wandeling op dinsdag, 23 december 2025. Eerder fietste ik al eens vluchtig door dit gebied op een tocht rond het Zwarte Water, tussen Genemuiden, Zwartsluis, Hasselt en Zwolle (‘Zwarte Water’. In: Lustrum, 2017).


Ik start bij Station Zwolle, net buiten de stadsgracht. Het is koud en er waait een gure wind. Hoewel Zwolle een mooie stad is met vele bijzondere gebouwen, wil ik zo snel mogelijk de stad uit. Uiteraard zie ik van enige afstand de ‘peperbus’ boven de bebouwing uitsteken, de klokkentoren van de basiliek Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming.


In het parkje Eekhout staat een dikke boomstronk met een dak en een holle ruimte voor Paulus de Boskabouter, maar die zit nu even in het bos. Dan de stadsgracht over naar de versterkte kern, vlakbij de monding van de Willemsvaart.


De bastions zijn allemaal volgebouwd en niet meer zo herkenbaar. Ik zie wel tussen de bomen door het dinosaurus-ei op het dak van Museum de Fundatie liggen. Enkele flatgebouwen met de namen ‘Agora’ en ‘Fossa’ refereren aan de klassieke Oudheid, maar daar heeft Zwolle niet veel van mee gekregen.


Na één bastion verlaat ik de vesting weer. Bij horeca Hofvlietvilla steek ik het Zwarte Water over. Onder de A28 door. Bij het Deltion College – een zeer grote MBO school –  loop ik even te dwalen, maar zit dan alras op de rechterdijk van het Zwarte Water.


Een stukje op de dijk is afgeschermd als ‘Klooienberg’, wat uiteraard de ontgroening tijdens de studententijd in herinnering brengt, maar hier is het een boerderij met kinderopvang.


Madelief, knoopkruid en reukeloze kamille bloeien nog volop op de dijk. Zelfs een enkele zwarte mosterd. Ik passeer de afsplitsing van het Zwolle-IJsselkanaal en volg dan kilometers de dijk van het Zwarte Water.


Een verkeersbord waarschuwt voor een ‘Gescheperde schaapskudde’. Nou, voor een rondtrekkende schaapskudde met herder en hond hoef je mij niet te waarschuwen. Ik wou dat ik hem tegen was gekomen, maar geen spoor. Overigens kende ik de term ‘gescheperde’ niet, maar ‘scheper’ is een andere naam voor herder.


Ik passeer twee verkeersbruggen over het Zwarte Water, de Twistvlietbrug en de Mastenbroeksebrug. Vervolgens een grote loods langs het water, die toebehoort aan de ZRZV. Een dappere ‘vier met stuurman’ op het water maakt duidelijk dat deze afkorting staat voor ‘Zwolse Roei- en Zeilvereniging’. Ook dapper is de sportvisser in een rubberbootje met vier operationele hengels. Vast een lid van de ZHSV!


Dan is het even klimmen in het Westerveldse Bos, nu natuur, ooit een ordinaire Zwolse vuilnisbelt. Vanuit de hoogte mooi zicht op de Noorderplas langs het Zwarte Water.


De route verlaat dan het Zwarte Water richting de Overijsselse Vecht. Daardoor blijf ik nog vrij ver verwijderd van de samenvloeiing van deze twee wateren. Wel de moeite waard om nog eens te proberen dichterbij te komen.


Ik word langs de meest noordelijke stadswijk van Zwolle geleid met een grote plas, de Wijde Aa, langs Italiaanse populieren en over de houten Boezemkopbrug. Onder deze brug stroomt de Westerveldse Aa, die de Wijde Aa verbindt met het Zwarte Water.


Bij buurtschap Langenholte kom ik in de buurt van de Overijsselse Vecht. Een verkeersbord maant tot voorzichtigheid wegens ‘ongescheperde’ overstekende eenden. Op de Vechtdijk een betonnen Tankweer uit de Tweede Wereldoorlog. De uiterwaarden liggen vol met waterpartijen, waaronder de grote Agnietenplas, die in gebruik is voor recreatie, met strand en vakantiepark.


De plas ligt aan de voet van de Agnietenberg. Agnieten zijn volgelingen van de heilige Agnes. Op de Agnietenberg werd eind veertiende eeuw een Bergklooster gesticht, het Sint-Agnesklooster, dat zich verbond aan het kapittel van Windesheim van Geert Grote (zie: ‘Windesheim’). Van het Bergklooster resteren slechts enkele fundamenten midden op de grote begraafplaats. Het klokje van de begrafeniskapel klingelt rond kwart over één minutenlang. Te midden van familie en vrienden wordt iemand ter aarde besteld. Ik maak een omweggetje over de begraafplaats om de ceremonie niet te verstoren.


Horeca ‘Agnietenberg’ zit in één van de voormalige bijgebouwen van het klooster. De bekendste kloosterling van het Bergklooster was Thomas van Kempen (ca. 1380–1471), die hier zijn ‘De imitatione Christi’ schreef en vele andere vrome werken. Bij de ingang van de begraafplaats heeft Pierre Cuypers een monument voor hem ontworpen: ‘Hier leefde Thomas van Kempen in den dienst des Heeren en schreef zijn navolging van Christus, MCCCCVI – MCDLXXI’. Er valt me iets vreemds op aan deze Romeinse cijfercombinatie. Normaliter zou je 1406 schrijven als MCDVI. Maar omdat 1471 uit minimaal zeven Romeinse tekens bestaat, zal Pierre Cuypers uit overwegingen van symmetrie gekozen hebben voor de langere notatie.   


Terug onder de snelweg door, dan door het Vegtlusterpark en vervolgens een heel eind langs de Nieuwe Vecht. De Nieuwe Vecht werd rond 1600 aan de oostkant van Zwolle gegraven als een ‘shortcut’ tussen Overijsselse Vecht en het stadscentrum, zodat de schepen met Bentheimer zandsteen uit Duitsland niet de omweg via het Zwarte Water hoefden te maken. Langs de Nieuwe Vecht ligt de prachtige oliemolen ‘De Passiebloem’ uit 1776, die uitsteekt boven de schuren waar voorraden en eindproduct lagen opgeslagen.   


Ontelbare kleine bootjes liggen afgemeerd in de grachten, vaak verzopen en gezonken. Bij de Turfmarkt, met een prachtige tot appartementen omgebouwde watertoren uit 1892, mondt de Nieuwe Vecht uit in het korte Almelose Kanaal, vlak voordat dit kanaal de stadsgracht kruist, dwars door de stadskern stroomt en dan overgaat in het Zwarte Water.


Ik passeer langs de stadsgracht nog de veertiende-eeuwse Sassenpoort en de opvallende Villa van Reede – een wijnhandelaar – uit 1885 in renaissance stijl.


Neonletters aan de overkant van de stadsgracht bevestigen nog even dat ik in Zwolle ben. En bij het station lees ik op een standbeeld dat Thorbecke (1798–1872) – grondlegger van de Grondwet uit 1848 en daarmee van de parlementaire democratie – Zwollenaar van geboorte was.

 

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 10 Januari 2026

 

Stadse Trage Tocht Zwolle (21 km)