WANDELEN: Dordtse Biesbosch
Nationaal Park De Biesbosch bestaat uit een Brabants deel (ten zuiden van de Nieuwe Merwede) en een Hollands deel op het Eiland van Dordt (ten noorden van de Nieuwe Merwede). Mijn kennismaking met dit ‘eiland’ bleef tot nu toe beperkt tot een fietsrondje langs de buitenrand, met wat extra aandacht voor de Dordtse binnenstad (‘Eiland van Dordt’. In: Lustrum, 2017). Het Eiland van Dordt wordt omsloten door de Beneden-Merwede in het noorden, de Nieuwe Merwede in zuiden en oosten en de Dordtse Kil in het westen.
Halverwege het eiland loopt van de Dordtse Kil naar de Kop van ’t Land en de monding van het Wantij de (Wieldrechtse) Zeedijk. Deze Zeedijk was lange tijd de grens tussen de bewoonde wereld ten noorden en de Biesbosch ten zuiden. Eind negentiende eeuw werd echter dwars door die Biesbosch de Nieuwe Merwede met nieuwe dijken aangelegd (tevens de grens tussen de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant). Dit maakte nieuwe inpolderingen mogelijk ten zuiden van de Zeedijk.
Binnen de Hollandse Biesbosch bestaat onderscheid tussen de Dordtse Biesbosch in de zuidwestelijke punt van het ‘eiland’ en de Sliedrechtse Biesbosch in de noordoostelijke punt. Door inpoldering – met name van de grote Polder De Biesbosch – is de ecologische verbinding tussen deze twee delen grotendeels verloren gegaan, afgezien van een smalle strook uiterwaarden langs de Nieuwe Merwede.
Maar daar komt verandering in! Net ten zuiden van de Zeedijk en ten noorden van Polder De Biesbosch ligt de Nieuwe Dordtse Biesbosch, waardoor de (oude) Dordtse Biesbosch en de Sliedrechtse Biesbosch beter met elkaar worden verbonden.
Dat lijkt mij wel eens een wandeling waard op vrijdag, 20 februari 2026. Ik pas de lijnwandeling ‘OV-stapper Biesbosch’ een beetje aan en maak er een rondwandeling van. Start op de Zeedijk, die geen zeedijk meer is. Maar we zitten wel weer in de Randstad: krijsende halsbandparkieten!
Het eerste deel van de wandeling gaat door de aloude Louisa- en Cannemanspolder, met boomgaarden, maar ook ruige velden met heel veel kaardenbollen, een paradijs voor distelvinken, alias puttertjes. En een zanglijster heeft het hoogste woord. Het is een populair wandelgebied en veel gebruikt voor het uitlaten van de hond.
Vervolgens door De Elzen, het bosrijke oostelijke grensgebied van de (oude) Dordtse Biesbosch, met volop kreken en sluisjes. De hazelaar toont niet alleen zijn mannelijke katjes, maar inmiddels ook de rode stempels die uit de vrouwelijke knoppen tevoorschijn piepen. Bij een lange loopbrug over een brede kreek zie ik sinds lange tijd weer eens een koppeltje van de grote zaagbek.
Ik passeer een heerschap van de Stichting Wandelsport Dordrecht die de routebordjes aan het ophangen is van de ‘Zuurkool’ wandeltocht, die morgen wordt gehouden met afstanden variërend van vijf tot vijfendertig kilometer. “Alle routes hier op het eiland van Dordt?”, vraag ik. “Vooral rond Dubbeldam” is zijn antwoord. En dan komt oud zeer naar boven. Dubbeldam is nu een wijk van Dordrecht, maar ooit was Dubbeldam zelfstandig en veel uitgestrekter dan Dordrecht en moet je eigenlijk spreken van het Eiland van Dubbeldam. Ik ga me niet met deze burenruzie bemoeien.
Ik verlaat De Elzen voor de dijk langs de Nieuwe Merwede met de Nieuwe Merwedeweg. Achter de dijk liggen de moeilijk toegankelijke delen van de Dordtse Biesbosch, die je het beste varend kunt bereiken. Een bordje op de dijk geeft aan: ‘Verboden Toegang. Volgens de Keur van Waterschap Hollandse Delta’. De ‘Keur’ blijkt een soort reglement te zijn van het Waterschap betreffende onderhoud van dijken, sloten, singels en grondwater.
Langs de dijk grazen schapen die ‘Carnaval des animaux’ hebben gevierd, getuige de ramstempels in verschillende kleuren op hun achterste. Een kleine afgesloten kraal op de dijk lijkt te fungeren als een isoleercel (of ‘peeskamertje’?).
Vanaf de Zuiderhaven loopt een smalle strook uiterwaarden langs de Nieuwe Merwede helemaal naar de Kop van ’t Land, om daar, voorbij het Wantij, aan te sluiten op de Sliedrechtse Biesbosch. De naam Sliedrechtse Biesbosch herinnert aan het feit dat het deel van Sliedrecht op het Eiland van Dordt verdronk bij de Sint-Elisabethsvloed van 1421. Sliedrecht ligt nu in z’n geheel op de noordelijke oever van de Beneden-Merwede.
Het Natuurpad Zuiderhaven in de uiterwaarden kan ik nog zonder al te natte voeten volbrengen, maar vervolgens staan de wandelpaden op vele plaatsen onderwater en moet ik noodgedwongen het fietspad onder tegen de dijk volgen. Mooie grienden liggen er nog in deze ruige uiterwaarden, sommige geflankeerd door bij elkaar gebonden bossen wilgentenen. Af en toe hebben bevers gemeend de griendwerkers een handje te moeten helpen.
Bij de Oosthaven staat op de dijk een gebouw met ingebouwde Hevel. Hiermee kan vers water vanuit de Nieuwe Merwede over de dijk naar het Eiland van Dordt geheveld worden. Via gemalen en Bosman-molentjes kunnen vervolgens de waterstanden in het stedelijk gebied en de landbouw- en natuurgebieden van het ‘eiland’ afzonderlijk geregeld worden. Vlak na de aanleg van de Nieuwe Merwede rond 1870 lag hier een ‘Overtoom’, een soort primitieve scheepslift om met een lier kleine bootjes over rollende balkjes de dijk over te helpen.
Bij de Kop van ’t Land kun je met een veerpont van Riveer overvaren naar de Brabantse Biesbosch (Werkendam), maar deze week even niet, want de veerboot is in onderhoud.
Na een klein stukje Provincialeweg steek ik zuidelijk door naar de Zeedijk en bereik ik aan de zuidkant van deze oude dijk de Nieuwe Dordtse Biesbosch, een kunstmatig moerasgebied, dat een extra ecologische corridor vormt van de Dordtse naar de Sliedrechtse Biesbosch.
Door een wapperende vlag met de wapens en naam van Dubbeldam word ik even herinnerd aan het oude zeer tussen Dordrecht en dit voormalige zelfstandige dorp.
Ik zie meteen enorme aantallen brandganzen, die zich lijken te verzamelen voor de trek naar hun noordelijke broedgebieden. Er zit een vreemde gans tussen met wit verenkleed en bruine kruin, waarschijnlijk een onbestemde bastaard die bij de brandganzen te vondeling is gelegd.
Prachtige vlonderpaden over waterpartijen. In de vogelhut een informatiebord over de watervogels die je hier kunt tegenkomen. De pijlstaart staat er niet eens tussen, maar die zit hier nu in flinke aantallen.
Ik zie ook volop bergeenden, slobeenden, wintertalingen, smienten en een enkele groenpootruiter (volgens de determineer app), maar zijn groene poten zijn onzichtbaar in het water. Wel een mooie foto van de kleine zilverreiger met zijn zwarte snavel. En een niet erg schuwe blauwe reiger van dichtbij. In de verte ook nog een groepje lepelaars.
De Bosman-molentjes draaien trouw hun rondjes voor de juiste waterstand. Aanschaf en onderhoud van deze populaire volautomatische watermolentjes is een makkie, want ze worden gefabriceerd in het nabijgelegen Piershil in de Hoeksche Waard.
Gepost: 4 Maart 2026
OV-stapper Biesbosch (aangepast) (20 km).