WANDELEN: Zandstuve
Ik wilde vandaag, 21 april 2026, eigenlijk een fietstocht maken in Eemland, maar kwam er op het laatste moment achter dat de 13-polige stekkerdoos van mijn nieuwe ‘oude’ Zafira niet communiceert met de 7-polige stekker van mijn fietsendrager. De verloopstekker is inmiddels besteld.
Dan maar een wandeling en pluk vrij willekeurig uit mijn kleine voorraad ‘Groene Wissel 418: Den Ham OV’. OV staat niet voor Openbaar Vervoer, maar voor Overijssel. De combinatie van een stuk bos en een beek trekt me over de streep.
Mijn wandeling begint op de knusse driehoekige Brink van dorp Den Ham in Twente. Naast de Brink een kerktoren uit de vijftiende eeuw. De toren wordt geflankeerd door een massieve eikenhouten bank, gemaakt van de honderdzeventig jaar oude boom, die als bliksemafleider naast de toren was aangeplant. De levende bliksemafleider legde het loodje en de toren werd uiteindelijk kunstmatig geaard (‘Lageveld’. In: 1000110, 2019).
Het is zonnig, maar fris. Het eerste deel van de wandeling loopt door intensieve landbouwgronden. Na ruim een maand ‘afwezigheid’ (Costa Rica reis en rapportage) voelt het alsof ik herexamen floracursus aan het doen ben. Vele plantennamen moeten weer uit de krochten van het geheugen opgevist worden: paarse en witte dovenetel, witte winterpostelein, gewone reigersbek, akkerviooltje, kleine veldkers, hondsdraf, stinkende gouwe.
Een bord langs een akker belijdt de zorg van de Gemeente Twenterand voor de biodiversiteit door middel van bloemrijke akkerranden en bloemenvelden. Speciale aandacht voor de patrijs omdat die het moeilijk heeft: ‘Wies met de Patries’.
Midden tussen de akkers een kleine driehoekige Joodse begraafplaats in de beschutting van enkele bomen. Er staat nog één grafsteen overeind. De bodem is compleet bedekt met klimop. Die kan behulpzaam zijn bij de wederopstanding.
Ik passeer een grote akker met jonge pioenrozen, sommige met de eerste bloemknoppen. Inmiddels staat de gewone vogelkers in volle bloei. En terwijl tuinen vol staan met paarse en witte Judaspenning, schiet ook look-zonder-look in bloei (lijkt een beetje op de witte Judaspenning). Fluitenkruid begint voorzichtig te bloeien in de bermen. De vroege zuring soorten staan in bloei.
De weilanden staan gezellig vol met koeien en die mogen genieten van gras, gemengd met opvallend veel paardenbloem.
Een erf, afgeschermd met een hek, is niet alleen ‘Verboden toegang’, maar denkt ook nog eens extra schrik aan te jagen met een bordje ‘Achtung, minen’. Een ander erf wordt bewaakt door een lugubere kop achter de tralies van een soort poppenkast.
Ik hoor een holenduif en een groene specht, maar ook verschillende keren het doffe krassen van een raaf, wanneer ik in de buurt van het Zandstuvebos kom.
De Zandstuve is een bosgebied op een voormalige zandverstuiving tussen Den Ham en Vroomshoop. Mijn ogen moeten even wennen bij de overgang van het felle licht van het open veld naar de donkerte van het bos. Van spontaan bos op woeste grond werd het begin twintigste eeuw productiebos van naaldhout (grove den, lariks, fijnspar en douglasspar). Door houtkap krijgt het bos nu geleidelijk een meer gemengd karakter.
Op de bodem nog steeds de verschillende kegels van de naaldbomen, waaronder die van de douglasspar met de kenmerkende drietandige dekschubben die onder de zaadschubben uitsteken.
In het bodemdek krullen varens met hun ‘voluten’ uit de grond omhoog. Af en toe groepjes lichtgroene planten van de blauwe bosbes. Onder de mossen herken ik fraai haarmos en groot laddermos. Af en toe een pluk Salomonszegel.
Met de rijke fauna van Costa Rica nog in mijn hoofd, verwacht ik elk moment brulapen te zien, maar ik zie slechts snotapen in het fraaie kabouterbos in het oostelijke deel. Brullen doen ze wel.
En wanneer de tjiftjaf weer mekkert, denk ik aan de Gray’s lijster, die ik tot Costaricaanse ‘tjiftjaf’ heb bevorderd: hij zingt wel een mooier deuntje dan de tjiftjaf, maar tot vervelens toe.
Het doel mag dan zijn om gemengd bos met naald- en loofbomen te verwezenlijken, in de struiklaag is één bepaalde plant zo overheersend, dat die als invasief moet worden bestempeld. Ik herken de plant niet meteen, omdat hij niet overal in bloei staat of al gebloeid heeft. Het is niet de gewone of de Amerikaanse vogelkers. Pas door enkele struiken in volle bloei in de bosrand maakt hij zich bekend als krentenboompje. Die bloeiende struiken hebben ook nog iets van de karakteristieke bruinige gloed van het jonge blad. Dat ontbrak bij de struiken in de schaduw. Ik heb nog nooit eerder gezien dat een bos in deze mate door het krentenboompje wordt geterroriseerd.
Een partij liggend hout laat zien dat de oranje Portugese boomalg ook het Zandstuvebos heeft bereikt. Ik verlaat het bos aan de westkant.
Op een erf scharrelen enkele poelepetaten (parelhoenders). De oevers van boerensloten staan vol met bloeiende grote muur, speenkruid en pinksterbloem, maar echte valeriaan moet nog ‘schieten’. Wanneer ik een weide vol jonge koeien passeer, komen ze vol verwachting massaal mijn kant op, maar ik heb ze niks te bieden.
Slungelige zwarte langpootmuggen vliegen steeds om me heen, maar ze landen niet en lijken compleet onschuldig. Ze zijn wel heel wendbaar en het lukt me niet om er eentje plat te slaan voor determinatie.
Ik bereik de Linderbeek, die ontspringt bij Vroomshoop en iets ten westen van Den Ham bij de Stuw van Archem in een ingewikkelde constructie met vistrap uitkomt op de Beneden-Regge. Dit onder toeziend oog van een liggende zeemeermin op een betonnen onderstel (‘Regge’. In: Paradijs, 2022). Jonge spruiten voorspellen dat de oevers straks vol staan met harig wilgenroosje en gele lis. Op één plek een concentratie van de bleke bloeiwijze van heermoes.
Ik schrik van twee patrijzen die vlakbij opvliegen. Maar ook ik ben ‘Wies met de Patries’. Een veebrug over de Linderbeek ziet er niet al te degelijk uit en mag betreden worden op eigen risico. Ik hoop dat de koeien kunnen lezen. ‘Puente en mal estado’ schiet door mijn hoofd door onze ervaringen in Costa Rica.
Vlakbij Den Ham herken ik langs de weg een clubhuis (‘Salland’. In: Zafira, 2024). Het is het thuishonk van een supportersvereniging van FC Twente: ‘Den Ham FC Twente Madness’. De naam doet het ergste vermoeden.
Tegen het centrum aan staat een terrein vol feesttenten en een toegangspoort met de tekst: ‘Welkom bij Oranje’. Niet alleen bedoeld voor Koningsdag van 27 april; ze maken er hier een hele Koningsweek van (25 april t/m 2 mei)!
Gepost: 5 Mei 2026
Groene Wissel 418: Den Ham OV (16 km).