Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Moerputten
Recentelijk was de Overlaat, een waterbergingsgebied ten zuiden van ’s-Hertogenbosch op tv (Vroege Vogels). De Overlaat bestaat uit drie deelgebieden: Bossche Broek, Moerputten en Vlijmens Ven.
Het drassige gebied maakte tijdens de Tachtigjarige Oorlog deel uit van de verdediging van ’s-Hertogenbosch, ‘de onoverwinnelijke moerasdraak’. Het heeft de Staatsen heel wat moeite en pogingen gekost om de stad aan de Spanjaarden te ontfutselen. Uiteindelijk lukte het stedendwinger prins Frederik Hendrik in 1629 om de stad middels een beleg van een half jaar in te nemen, dankzij Piet Hein met zijn zilverlingen van de Zilvervloot.
Begin twintigste eeuw werd van ’s-Hertogenbosch naar Drongelen aan de Bergsche Maas het Drongelens Kanaal gegraven om het natte gebied te ontwateren. Aan de zuidkant van de stad staan Dommel en Drongelens Kanaal met elkaar in verbinding. Het kon overigens niet verhinderen dat in 1995, na hevige regenval in het stroomgebied van de Maas, een dijk van de Dommel doorbrak en zelfs de A2 ten zuiden van ’s-Hertogenbosch onderwater kwam te staan.
Het voormalige Spaanse Fort Isabella, vernoemd naar landvoogdes van de zuidelijke Nederlanden, Isabella Clara Eugenia (1566–1633) – dochter van koning Filips II – ligt nu ingeklemd tussen de Dommel en het Drongelens Kanaal aan de noordkant van Vught.
Een jaar geleden maakte ik een mooie wandeling door het Bossche Broek ten oosten van de Dommel (‘Bossche Broek’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025).
Vandaag, woensdag 1 juli 2026, is deelgebied Moerputten aan de beurt, samen met het poldergebied Gement, ten westen en noorden van het Drongelens Kanaal.
Start bij de parkeerplaats van Staatsbosbeheer in Deuteren. Ik mag mij verheugen in het gezelschap van echtgenote Marita en nog wel op haar eerste officiële dag als pensionado! Ik vermoed dat dit wel vaker zal gebeuren tot ze haar eigen invulling van de vrije tijd heeft gevonden. Ik ben allang blij, want Marita is scherp op de plantjes (waarop eigenlijk niet?), botanisch analist van opleiding, hoewel ze in haar werkzame leven andere richtingen is ingeslagen.
We worden verwelkomd door de zang van een tuinfluiter. Via een trap omgeven door kandelaartoortsen zitten we meteen op het schaduwrijke tracé van de Langstraatspoorlijn tussen ’s-Hertogenbosch en Lage Zwaluwe aan de Amer (verlengde van de Bergsche Maas), dwars door het gebied van de leerlooierijen en schoenfabrieken. Vandaar de bijnaam ‘Halvezolenlijntje’!
Nieuwe generaties hondsdraf bedekken alvast de bodem, met ertussen het grotere look-zonder-look. Klein springzaad ziet er wat slungelig uit en bloeit nog niet onder deze zware schaduw.
Na een paar honderd meter dalen we af over een vlonderpad door een moerassig gedeelte. Het gaat nu stapvoets, want er is veel moois te ontdekken tussen de begroeiing van moeraswilgen (grauwe wilg). Enkele bloeiende schermbloemigen stelen de show: het forse watertorkruid, de grote watereppe en melkeppe. Een veelheid aan moerasspirea in vol ornaat en overal klimt bitterzoet door en over alles heen wat hij maar te pakken kan krijgen. Ook kattenstaart, grote wederik, wolfspoot, moerasandoorn, moerasrolklaver en dichte bossen heermoes houden van natte voeten.
We passeren enkele schrale weides, waar de zeldzame grote pimpernel bloeit. Het vlindertje pimpernelblauwtje is volledig afhankelijk van deze plant voor zijn voortplanting. Het legt één eitje in de bloeiwijze. De rups vreet zich vol aan het blad, laat zich op de grond vallen en vermomt zich als een miereneitje, voorzien van een aangename lokstof. Mieren vervoeren het ‘eitje’ naar hun nest, waar de rups zich ook nog eens als een koekoeksjong tegoed doet aan de echte miereneitjes, voordat ze gaat verpoppen tot het pimpernelblauwtje. Dan is het oppassen geblazen want nu herkennen de mieren dit Paard van Troje en het vlindertje verlaat alras het mierennest op zoek naar een partner. Na de paring zoekt het wijfje een grote pimpernel om haar eitjes op te deponeren. Logisch dat het niet goed gaat met het pimpernelblauwtje. Je kunt het jezelf ook wel erg moeilijk maken. De vlinder was zo goed als uitgestorven in Nederland, maar is geherintroduceerd in de Overlaat, omdat de grote pimpernel hier vrij veel voorkomt.
We krijgen het pimpernelblauwtje niet te zien, maar het is hier wel een vlinderparadijs: veel zandoogjes (oranje zandoogje, bruin zandoogje, hooibeestje), kleine vuurvlinder en de zomervorm van landkaartje. Uiteraard veel koolwitjes, atalanta, dagpauwoog en een enkele citroenvlinder.
Manshoge struiken van witte honingklaver zitten vol insecten, waaronder parende rode soldaatjes. Wilde bertram, duizendblad, zomerfijnstraal en kamilles bloeien zij aan zij.
Het dijkje tussen moeras en hooilanden is een fleurig geheel door massa’s geel walstro, Jacobskruiskruid (met zebrarupsen) en boerenwormkruid, vermengd met het wit van duizendblad, het blauw van de wilde cichorei en het roze van kaasjeskruid.
Op het uitkijkpunt Vlinderbellevue beleven we door de informatieborden nog even het sprookje van de grote pimpernel en zijn blauwtje.
We beklimmen weer de spoordijk en bereiken na een paar honderd meter de zeshonderd meter lange iconische Moerputtenbrug door het open water van het vergraven laagveen. De pijlers van de brug, gebouwd eind negentiende eeuw, steken behoorlijk uit, want er was zelfs ooit een plan om het spoor te verdubbelen. Het water is voor een groot deel bedekt met gele plomp en witte waterlelie. Kluwens wortelstokken van de gele plomp drijven aan het oppervlak. Toch houdt ook de veel kleinere watergentiaan dapper stand tussen dit grove geweld. Afgezien van enkele aalscholvers, wilde eenden en een meerkoet met twee kuikens zijn er weinig watervogels te bespeuren.
In 2006 is de brug gerestaureerd met steun van de EOGFL, het voormalig Europees Oriëntatie en Garantie Fonds voor de Landbouw. Nog net op tijd, want per 1 januari 2007 is het Fonds uiteengevallen in het ELGF en het ELFPO!
We zijn terug bij de auto, maar hebben nog een flink stuk voor de boeg door de Vughtse Gementpolder. Kwetsbare verschraalde hooilanden langs de Honderdmorgensedijk. Heel veel ratelaar en grote wederik. Het blauw-bloeiende plantje zal wel beemdkroon zijn. In de berm opvallend veel planten van de grote pimpernel, beduidend meer dan in de Moerputten. Maar of de geschikte mierennesten ook in de buurt zijn? Volautomatische Bosman watermolentjes reguleren de waterstand.
Op een open terrein (notabene hondenlosloopgebied), vlak langs het Drongelens Kanaal, bloeit heel veel stijve ogentroost en op één plek een populatie van een anjer-achtig plantje, maar mijn foto is helaas te onscherp om bevestiging te krijgen.
We wandelen een eind aan beide zijden van het Drongelens Kanaal en komen dan terecht op de restanten van het Spaanse Fort Isabella, later de Nederlandse Isabellakazerne, nu woon- en horecacomplex. Tijd voor een pauze met een hapje en een drankje. We verlaten het kazerneterrein door het fraaie poortgebouw uit 1917, waar twee vuurwantsen de liefde bedrijven op het asfalt.
Vervolgens steken we door naar de Dommel door de wijk Vughterpoort en krijgen mooi zicht op de Sint-Jan. De dijk van de Dommel wordt verstevigd aan de zijde van het Bossche Broek. Het veerpontje ‘De Moerasdraak’ om over te steken vaart alleen in het weekend.
Wij passeren via voetgangersbruggen de verbinding tussen Dommel en Drongelens Kanaal en komen weer terecht op het tracé van de Langstraatspoorlijn.
Langs de zuidrand van ’s-Hertogenbosch het opvallende kantoorgebouw Belvédère met ‘zeecontainers’ op het dak en glazen serres op de hoeken van het gebouw. Wij kijken uit op een serre, die meerdere verdiepingen beslaat en gevuld is met een opvallend kunstwerk, genaamd ‘Seeds of change’. Het bestaat uit twee strengen met zo’n tweehonderd grote led-lampen, die om elkaar heen draaien. Het lijkt dan ook sprekend op de DNA-helix, ’s avonds mooi verlicht.
Het laatste stuk van de wandeling loopt nog langs de rand van de Gementpolder en weer zien we de blauw-bloeiende plant, die er toch wat anders uitziet dan beemdkroon. Afijn!
De dag na deze wandeling heb ik het onbevredigende gevoel dat we niet uit deze route hebben gehaald wat erin zit. Een onscherpe foto van een anjer-achtige plant. En die onbekende blauwe plant.
Ik besluit op vrijdag, 3 juli 2026, nog eens terug te gaan in mijn eentje en (nog) beter uit mijn doppen te kijken. Langs de Honderdmorgensedijk krijg ik van een vlindertelster de bevestiging dat de blauw-bloeiende plant niet beemdkroon, maar blauwe knoop is (primeur!).
Oorspronkelijk samen met beemdkroon en duifkruid ondergebracht in de Kaardenbolfamilie, maar inmiddels verhuisd naar de Kamperfoeliefamilie. In elk geval een plant die zich hier thuis voelt in de verschraalde hooilanden. Ik maak een paar foto’s op afstand en dan blijkt verrassend bij inzoomen achter de blauwe knopen een wit-bloeiende populatie te staan van de moeraswespenorchis en felrode vertakte bloeiwijzen toe te behoren aan veldrus, beide ook typische planten van verschraalde vegetaties.
Dan is de plant die we in dezelfde velden aanzagen voor knoopkruid misschien wel de op afstand gelijkende distel Spaanse ruiter? Tenslotte hebben de Spanjaarden hier aardig huisgehouden met hun verplaatsbare versperringen, waar de plant zijn naam aan te danken heeft.
Dan blijkt ook nog het anjer-achtige plantje van mijn onscherpe foto heel iets anders te zijn: echt duizendguldenkruid uit de Gentiaanfamilie. Toevallig vorige week ook gezien bij de leemkuilen in Boswachterij Dorst. Maar ja, ik heb geen fotografisch geheugen en de plantjes zijn hier veel kleiner vanwege de schrale omstandigheden.
Ik zie een roodborsttapuit op een paaltje, maar hoor tegelijk een kwartel ‘zingen’. Ook nog veel kraailook in de berm met zijn broedbolletjes, waar soms bloemen doorheen piepen.
Een prachtig gebied, nog gevarieerder dan de Bruuk bij Groesbeek (‘De Bruuk’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025). Maar toen had ik vriend Roel bij me om me op alle bijzonderheden te wijzen.
Gepost: 12 Juli 2026
Trage Tochten: Trage Tocht Den Bosch p.p. (13 km)