Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Top & Twel
Een wandeling in Sneek en omstreken brengt altijd veel herinneringen naar boven. Hoewel mijn geboortestad Sneek enorm uitgedijd is, blijft uiteraard de kern met zijn ‘landmarks’ bekend terrein.
Ik ben met Marita voor twee nachtjes neergestreken in de Stadsherberg Sneek, al sinds ca. 1843 een herberg met stalhouderij. Waar nu een ondergrondse parkeergarage ligt onder het Boschplein was toentertijd een parkeerplaats voor wel honderddertig paarden.
Vanaf 1931 tot aan haar overlijden werd de herberg bestierd door Jikke Ozinga (1906–1996), een markante persoon die bekend stond als de ‘Koningin van Sneek’. Een schilderij van Jikke op hoge leeftijd siert de wand van het café, door de nieuwe eigenaren Brasserie Jikke genoemd. Jikke is lange tijd de oudste herbergierster van het land geweest.
De stadsherberg kijkt uit op de bekende Waterpoort van Sneek, gebouwd in ca. 1492 door een anonieme architect, maar wel later enkele keren aangepast. Het is de enig overgeblevene van vier waterpoorten en twee stadspoorten in de stadswal, die ooit de stad beschermde. De waterpoort is vele malen gerepliceerd, zowel in China en Japan als in Legoland, Avifauna en Madurodam.
De stadsherberg kijkt ook uit op de voormalige watertoren uit 1908, kantoor sinds 1998. In 2008 is een velletje postzegels uitgegeven in de serie Mooi Nederland met Sneek als onderwerp: waterpoort, watertoren, stadhuis en stationsgebouw.
Op donderdag, 20 augustus 2026, maken we een wandeling aan de zuidkant van Sneek. Na een aanlooproute van anderhalve kilometer door de wijk Sperkhem bereiken we een nieuw stadspark, het Burgemeester Rasterhoffpark. Onderweg het terrein van de J.B.C. Sneek met als motto: ‘La Boule au But’.
Verzetsheld Ludolf Rasterhoff (1905–1975) was ongeveer vijfentwintig jaar (1946–1970) burgemeester van Sneek. Het Rasterhoffpark met kleine waterpartijen is nog in aanleg. Sommige aangeharkte delen zijn nog niet toegankelijk, maar de toegankelijke delen zijn nog niet verschraald en minder interessant. Het staat vol met stikstof vretende vegetatie: grassen, bramen, brandnetel. En de grote Schotse grazers die de vegetatie in toom moeten houden, zijn in geen velden of wegen te bekennen, al liggen er enkele verse vlaaien.
Wel enkele interessante waterplanten in de sloten en vijvers: krabbenscheer, kikkerbeet, waterweegbree, pijlkruid, veenwortel en zwanenbloem, allemaal in bloei. Op de oever bloeit zwart tandzaad en zeer hoge planten van de moerasmelkdistel. Een groep puttertjes (distelvinken) weet daar wel raad mee. Her en der sporkehout tussen de struiken.
We verlaten het park via een bruggetje over de Broeresloot en wandelen door de weilanden langs de Witte Brekken naar de Prinses Margriettunnel, een aquaduct in de A7 tussen Joure en Sneek. Onderweg kleuren de bermen paars van de bloeiende akkerdistel en een bordje op een weilandhek geeft ganzen toestemming om te grazen: ‘Ganzengedooggebied’.
In 2022 kwam in de tunnel onder het aquaduct door waterdruk het wegdek omhoog. Het herstel duurde tot eind 2025. Onder ons razen de auto’s onder het Prinses Margrietkanaal door, naast ons varen binnenvaartschepen en plezierjachten op het Prinses Margrietkanaal en voor ons de hoge brug over het kanaal in de oude weg tussen Joure en Sneek.
Op de hoge brug staat de naam van lintdorp Uitwellingerga, een tweelingdorp met Oppenhuizen, inmiddels samen als een wormvormig aanhangsel tegen Sneek aangeplakt. De dorpen liggen langs de Ges, een waterloop tussen de Houkesloot en het Prinses Margrietkanaal. Ik verwacht watersportdrukte in deze twee dorpen, maar tot mijn verbazing is er niets te beleven.
Hier in Uitwellingerga lag in mijn jeugd (en misschien nog wel) een drukke zeilschool. Samen met vriendje en klasgenoot Henkie Louwmans ooit een overmoedige poging gedaan om tijdens de schoolvakantie een baantje als zeilinstructeur te bemachtigen. Henkie had veel zeilervaring, ik niet. Uiteraard moesten we proefvaren met de hoofdinstructeur, en toen viel ik al snel door de mand. Henkie mocht blijven.
Ik zeg wel eens van saaie locaties: “Je wilt er nog niet dood gevonden worden”, maar hier wil je nog niet levend worden aangetroffen.
We lopen meteen tegen een groot wit leegstaand, vervallen gebouw aan met opschrift ‘White House – Hotel & Apartments’ en op een andere gevel ‘White House – Bed & Breakfast’. We zijn het er snel over eens dat dit witte huis een uitstekende plek zou zijn om Donald Trump op te bergen met een balzaal, maar ook met tbs.
Het gebouw blijkt in 1902 – getuige het vaantje boven op het dak – gebouwd te zijn als zuivelfabriek ‘De Westerbrugsloot’ en heeft tot 1965 als zodanig gefunctioneerd. Na een periode met verschillende bestemmingen, waaronder hotel, is het in verval geraakt. Vorig jaar heeft de gemeente besloten er negen appartementen in te huisvesten, maar veel activiteit is er vooralsnog niet. “Waarschijnlijk weinig belangstelling om hier levend gehuisvest te worden.”
Langs de omheining groeit een zonnebloem-achtige plant. Het blijkt zonnekroon te zijn (primeur!), een Noord-Amerikaanse plant die hier wel verwildert. De Engelse naam ‘cup plant’ verwijst naar de tegenoverstaande bladeren, die een kommetje vormen – net als bij kaardenbol – waar water in blijft staan.
Langs het dorpskerkje – de Hermes-tsjerke – en dan schuilen voor een regenbui in het portiekje van het enige dorpscafé, dat gesloten is.
We bereiken dorp Oppenhuizen, ook met een eigen kerk, de Johannestsjerke. Een groot spandoek vóór de kerk met de prangende vraag: ‘Word jij onze nieuwe dominee?’ Nee dus, want je wilt hier zelfs als dominee niet dood of levend gevonden worden.
De Friese naam van Oppenhuizen is Toppenhuzen. De Friese naam van Uitwellingerga is Twellingea. Als tweelingdorp dus in Friesland kort maar krachtig bekend als Top & Twel.
Een flinke onweersbui noopt ons te schuilen in een bushokje langs de oude weg Joure–Sneek. Helaas het verkeerde bushokje, want aan de overkant van de weg stopt even later de bus, die ons droog naar Sneek had kunnen brengen.
De terugweg loopt opnieuw door het Burgemeester Rasterhoffpark. Het is de ‘Toekan’ weer gelukt om op een ‘prime’ locatie in dit park een groot hotel neer te zetten. Gelukkig geen hoogbouw. Een nieuwe regenbui ‘verplicht’ ons om even binnen te schuilen en iets te consumeren.
Terug in de stadsherberg nemen we even pauze op onze sfeervolle kamer en maken dan een korte stadswandeling door het centrum van Sneek. In de stadsgracht achter de waterpoort staat een fontein, één van de elf fonteinen die geplaatst zijn in de elf Friese steden ter gelegenheid van Leeuwarden–Fryslân 2018, toen Leeuwarden (en Friesland) culturele hoofdstad waren van Europa. Deze ‘Man op een gouden bol met de Hoorn des Overvloeds’ lijkt zeer sterk op de ‘Nieuwe IJzeren Man’, hoog op een pilaar in het Stadspark van Kleef (‘Mei 2018’. In: Dreamgirls, 2018). En hij is ook praktisch hetzelfde als de op één voet balancerende man op een stukje Berlijnse Muur bij het hoofdkantoor van Springer Verlag (‘Berlijn 3’. In: Dreamgirls, 2018). Alle drie beelden blijken inderdaad van de hand van kunstenaar Stephan Balkenhol en tonen bijna identieke mannenfiguren in een donkere pantalon, een wit overhemd met losse boord en bordeelsluipers. Een kunstenaar mag zichzelf blijkbaar oneindig plagiëren.
Zeker de moeite waard is een kijkje in de Sint-Martinuskerk uit 1872, van de hand van Pierre Cuypers, maar onvoltooid zonder dominante toren. Er is weinig aan het prachtige interieur veranderd, en ik herinner me probleemloos al mijn gangen in dit bouwwerk, van doop tot eerste communie en vormsel, van de trouwerijen van mijn zeven zussen tot de begrafenissen van mijn ouders. Om maar te zwijgen van de biecht (“Ik heb mijn broertje gepest”). In die tijd had je besproken plaatsen in de kerk en ik neem weer even plaats op ons vaste plekje, half achter een pilaar. Op het grote orgel heb ik een aantal keren mogen spelen, ter begeleiding van het Bonifatius nonnenkoor. Mijn avonturen als misdienaar vonden plaats op een andere locatie, in de kapel bij die nonnen van het Bonifatiushuis (‘Misdienaar’. In: Tjiftjaffen, 2014).
Dé winkelstraat is de Oosterdijk en die lopen we even op en neer. Natuurlijk hier vele veranderingen in het winkelbestand. We passeren de huidige winkel van C&A en even verderop de oorspronkelijke locatie van C&A, de bakermat van het bedrijf dat zijn opmars begon vanuit Sneek.
Op het Schaapmarktplein een standbeeld van P.S. Gerbrandy (1885–1961), premier zonder parlement in Londen tijdens de oorlogsjaren. Geboren in Goënga, een klein dorp vlakbij Sneek.
Het prachtige stadhuis uit 1473. Het barokke bordes stamt uit 1745 en de rococo gevel uit 1763. De wapens van Willem IV (1711–1751) en gemalin Anna van Hannover zijn in het bordes verwerkt.
Op de basisschool moesten wij op koninginnedag aantreden vóór het bordes om te zingen (aubade!) voor Hare Majesteit, vertegenwoordigd door burgemeester Rasterhoff.
Als padvinder in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ging ik in de week van ‘Een heitje voor een karweitje’ altijd als eerste naar de burgemeester in het stadhuis. Meestal moest ik de trappen van het bordes vegen en ontving dan een rijksdaalder en had zo meteen tien heitjes te pakken.
Op het Martiniplein de Martinikerk, helaas al gesloten voor bezichtiging. In deze kerk ligt de Friese verzetsheld Grutte Pier (ca. 1480–1520) ergens begraven, al weet men niet precies waar. Hij streed in de laatste Fries-Hollandse oorlog tegen de graven van Holland (‘IJsselmeer – Etappe 3’. In: Zafira, 2024). Zijn bronzen reuzenlaarzen (Maat 53) staan in elk geval bij de ingang van de kerk.
De graven van ouders, grootouders en een aantal ooms en tantes op de R.K. Begraafplaats liggen er nog wel goed bij. Ze zijn ‘eeuwigdurend’; overleden broer Adri heeft in zijn testament een flink bedrag gereserveerd en aan mij de verantwoordelijkheid overgedragen om deze graven te onderhouden. In secula seculorum, Amen!
Gepost: 4 September 2026
Komoot: Schotse Hooglanders op het pad (verlengd)(14 km)