WANDELEN: Lytje Pole

Het natte weekend van 8–10 december 2023 brengen Marita en ik door op ‘Lytje Pole’ (Kleine Pol), een koosnaam voor Schiermonnikoog. Hoewel behorend bij Friesland is het meteen duidelijk dat de taal afwijkt van het Fries, want ‘Kleine Pol’ in het Fries is ‘Lytse Pôle’.


In het verleden regelmatig op het eiland geweest, maar ik had de ruimtelijke inrichting niet meer helder voor de geest, vertroebeld door beelden van andere waddeneilanden. Bijvoorbeeld dat je van de veerkade toch echt busvervoer nodig hebt om in de enige dorpskern te geraken. En dat bijna alles draait om de twee grote hotels, Hotel van der Werff en ertegenover Hotel Graaf Bernstorff, het laatste hotel vernoemd naar een Duitser, die het hele eiland kocht in 1893. Beide hotels zijn in deze tijd van het jaar uiteraard sfeervol verlicht.


Schiermonnikoog dankt zijn naam aan de ‘schiere’ (grijze) pijen van de cisterciënzer monniken, die tijdens de Middeleeuwen actief waren in de bedijking van het ‘oog’ (eiland).


Zowel de monniken als Graaf Bernstorff werden onteigend door de Staat om vergelijkbare redenen. De monniken verloren hun bezittingen in de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog (1580) aan de protestantse Republiek als zijnde dienaren van een vijandelijke godsdienst. Graaf Bernstorff werd op het eind van de Tweede Wereldoorlog (1945) onteigend als eigenaar van vijandelijk vermogen. De familie Bernstorff kreeg veertig jaar later alsnog een vergoeding van de Nederlandse Overheid. En sinds 2019 hebben zich weer enkele cisterciënzer monniken gevestigd op het eiland. Een beeld van ‘De Schiere Monnik’ staat op het pleintje in het centrum van het dorp. Hier staat ook een boog, gemaakt van de meer dan zes meter lange onderkaken(!) van een blauwe walvis, gevangen in 1950 door de walvisvaarder Willem Barendsz onder leiding van kapitein Visser van Schiermonnikoog.


Schiermonnikoog is in zijn geheel een Nationaal Park sinds 1989. Het kleine eiland is nog steeds aan de wandel. Het kalft af aan de westkant en groeit aan ter oosterzijde (De Balg).


Met slechts één dorpskern en minder dan duizend inwoners is het niet verwonderlijk dat het eiland als eerste gemeente de verkiezingsuitslag op 22 november bekend kon maken. Burgemeester Ineke van Gent (GroenLinks-PvdA) kan tevreden zijn; haar partij werd veruit de grootste.


Op zaterdag, 9 december, maken we tussen de buien door een wandeling van twaalf kilometer door de bossen en over het strand. In de weilanden aan de wadkant overwinteren grote groepen brandganzen.


In de vegetatie overheerst de duindoorn met ertussen regelmatig flinke haarden van de eikvaren. Rendiermos contrasteert op de bodem met zijn grijsgroene kleur.


We komen langs de rode Noorder(vuur)toren, maar zien ook in de verte de witte Zuidertoren. Beide vuurtorens werden gebouwd medio negentiende eeuw en vormden met hun stilstaande lichten een lijn, zodat schepen hun positie goed konden bepalen. In 1910 kreeg de Noordertoren een draailicht en werd de Zuidertoren overbodig. Na ‘functies elders’ als watertoren en antennetoren, is hij sinds kort eigendom van de Stichting tot Behoud van de Zuidertoren.


Op het zeer brede strand enkele staketsels van vloerbalken, waarop tijdens het zomerseizoen waarschijnlijk strandtenten zullen verrijzen.


De duinen hebben hier op het westerstrand inderdaad flink te maken met erosie. Ondanks de begroeiing met wuivend helmgras ontstaan kleine klifjes.


Ik zie een bijzondere vogel met een gele kop en een zwarte borstband scharrelen op het strand. Mijn foto is helaas onscherp, maar wel scherp genoeg voor de kenner om de strandleeuwerik in te herkennen. Hij komt uit het hoge noorden en overwintert op kale stranden langs de Noordzee. In de branding lopen steenlopers naar iets eetbaars te zoeken.


Een filmploeg van Natuurmonumenten is opnames aan het maken op het strand. Ze staan met z’n vieren, inclusief cameraman en geluidsman, op een kluitje iets te bewonderen. Volgens Marita zijn ze een zeepier aan het interviewen.


Het strand ligt vol met de lange schelpen van de zwaardschede (‘scheermes’), vaak tussen hoopjes van de kokervormige huisjes van de schelpkokerworm.


Vele bolvormige skeletjes ook van de zeeklit (zee-egel) op tapijtjes van het harig mosdiertje, dat soms in enorme hoeveelheden voorkomt, waardoor het strand een uur in de  wind kan stinken.


De Marlijn is een permanente strandtent, waar we even aangenaam kunnen verpozen.


Natuurmonumenten heeft voor het begrazen van de duinpannen Spaanse Sayaguesa runderen ingevoerd, die het goed doen op een karig dieet. We vinden een dooie koperwiek langs het pad in het bos. Berken zijn regelmatig geïnfecteerd met heksenbezems.       


Wanneer we houten beelden van vogels tegenkomen weten we dat we op het Kabouterpad zitten en dat dorp en hotel niet meer ver weg zijn.


Op zondag, 10 december, maken we nog een wandeling van acht kilometer langs de drassige schorren van het Rif aan de zuidwestkant van het eiland. We horen wulpen en zien bergeenden. De vogelkijkhut over de Westerplas voegt daar weinig aan toe.


Op het strand vliegen groepen puttertjes tussen de grassen heen en weer. Opvallend veel dode aalscholvers. Vogelgriep? En een dode (gewone) zeehond zonder kop. Een beetje luguber, en ik neem me voor om met AI Deep Fake er een snoezig kopje op te plakken, mocht ik de foto willen gebruiken op mijn website om dit verhaal te illustreren.  

 


[Beeldverhaal]


Gepost: 27 December 2023

 

Natuurmonumenten: Wandelroutes NP Schiermonnikoog (12 + 8 km)