Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Duinsafari
Tussen Zandvoort en de provinciegrens van Noord- en Zuid-Holland liggen de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD), een gebied van zo’n vijf bij acht kilometer. Eigendom van Amsterdam en beheerd door Waternet. Van boven ziet het er intrigerend uit: een duingebied doorsneden door parallelle infiltratiekanalen.
Was ik recentelijk al onder de indruk van het waterwingebied in Boswachterij Dorst (acht miljoen kubieke meter per jaar), hier gaat het om zeventig miljoen kuub per jaar. Omdat tegenwoordig de onttrekking van zoetwater door dorstige Amsterdammers groter is dan het natuurlijke overschot in de duinen, dreigt verzilting. Daarom worden de infiltratiekanalen sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw via een ondergronds buizenstelsel bijgevuld met water uit het Lekkanaal bij Nieuwegein en het IJsselmeer bij Enkhuizen. Na twee maanden filtratie door het zand wordt het water weer opgepompt voor verdere bewerking.
Het westelijke deel met de meest kwetsbare infiltratiekanalen is afgesloten voor het publiek, maar het oostelijke deel is toegankelijk via vier ingangen bij Zandvoort, Vogelenzang (twee) en De Zilk.
Zes jaar geleden, op een miezerige dag half januari, startte ik een wandeling bij de Ingang Oase in Vogelenzang (‘Waterleidingduinen’, In: 1000110, 2019). De AWD staan bekend om de grote populatie damherten, en daarvan zag ik er toen ook vele, soms in groepen van wel dertig staarten.
Op dinsdag, 4 maart 2025, begin ik een wandeling bij de meest zuidelijke Ingang De Zilk. Het is een prachtige zonnige lentedag.
Meteen na de ingang een flink gebied dat compleet overwoekerd wordt door de adelaarsvaren, nu een droge verdorde massa. Dit vormt een bedreiging voor de kruiden, mossen en korstmossen van de grijze duinen. Bestrijding vindt plaats door maaien van de varens en het aanleggen van stuifkuilen, waardoor het kalkrijke zand zich verspreidt en de bodem minder verzuurt.
Het eerste deel van de wandeling gaat enkele kilometers langs het Oosterkanaal. Hoewel de meeste infiltratiekanalen aangelegd zijn in de vijftiger jaren, is het Oosterkanaal vooroorlogs. De winning van drinkwater uit dit kanaal leidde tot verdroging van het omliggende gebied waar nog geboerd werd. De boerderijen verdwenen, duinvegetatie kwam er voor in de plaats.
Ik kom enkele wildcamera’s tegen van het project ARISE (Authoritative and Rapid Identification System for Essential biodiversity information), een hele mond vol. Het is duidelijk dat er concessies zijn gedaan om tot een lekker bekkend acronym te komen. De belangrijke ‘B’ van ‘Biodiversity’ is opgeofferd voor de ‘E’ van ‘Essential’. In dit grote project van Naturalis met universitaire partners moet alle informatie over Nederlandse meercellige organismen in één systeem bij elkaar worden gebracht. In de AWD wordt een netwerk van wildcamera’s uitgeprobeerd als efficiënter en goedkoper alternatief voor populatietellingen door de boswachters. De camera’s worden gevoed door zonnepaneeltjes en zenden observaties draadloos door. Geen vervanging van batterijen en er hoeven geen SD-kaarten opgehaald te worden.
De AWD bestaan voor zo’n vijftig procent uit grasvegetatie, twintig procent struiken, twintig procent bos en de rest is vooral zandverstuiving. Duindoorn overheerst in de struikvegetatie en grillige eiken onder de boompjes. Daarnaast bosjes bestaande uit grove den en waarschijnlijk ook zwarte den. Sommige solitaire grove dennen zijn kunstwerkjes, geboetseerd door de zeewinden.
Een andere veel voorkomende boom is de grauwe abeel, in zijn huidige naaktheid te herkennen aan de vorm van het afgevallen blad, dat het midden houdt tussen zijn ‘ouders’ (witte abeel ⨉ ratelpopulier).
Een opvallende verschijning op de oever van het kanaal is een omgevallen boom, waaruit een massa geel-oranje loten omhoog schiet. Het is hoogstwaarschijnlijk een schietwilg (of één van zijn bastaarden), die niet alle contact met Moeder Aarde is verloren en alsnog heeft ‘wortel’ geschoten.
In de buurt van de Ingang Panneland in Vogelenzang zie ik pas het eerste solitaire damhert met imposant gewei, en dan weer een hele tijd niks.
Ten westen van het Nieuwkanaal liggen vele aanvoersloten, infiltratiekanalen en grotere plassen. Sympathiek om hier een stenen schuilhut neer te zetten, maar je moet maar toevallig tijdens onweer of hevige regen een beetje in de buurt zijn.
Twee grondelende knobbelzwanen doen wie het langste zijn adem kan inhouden. Zij komen wel aan hun trekken door de vele waterplanten. Ik vraag me wel af wat de eend van de grote zaagbek te zoeken heeft in de ondiepe infiltratiekanalen, want er is geen visje te bekennen en duiken is halsbrekend.
In het diepere Nieuwkanaal een verscheidenheid aan watervogels. Meerkoeten en kuifeenden zijn in de meerderheid, maar ik zie ook koppeltjes van de grote zaagbek, tafeleenden en brilduikers.
Mooie rietkragen bij de waterpartijen, maar geen zwaan te bekennen op de Zwanenplas.
Regelmatig zie ik een torenvalk in de top van een boom. Her en der ligt nog een bunker verscholen in de duinen. Komt misschien binnenkort weer van pas!
Waar blijven al die damherten? Je zou bijna gaan denken dat er te veel zijn afgeschoten, maar dan kom ik toch op de terugweg naar het Oosterkanaal een paar groepjes tegen. Het eerste groepje van een stuk of vijf bevindt zich binnen een omheinde ‘exclosure’, waar ze dus eigenlijk niet mogen komen. Verspreid over de AWD hebben de beheerders zestien ‘exclosures’ van verschillend formaat omheind om na te gaan hoe het ecosysteem zich herstelt na overmatige begrazing door damherten. ‘Exclusion’ blijkt dus moeilijk, maar ‘overmatige begrazing’ is met de omheining waarschijnlijk wel te voorkomen.
Ik steek het Zegveld over, een grote grasvlakte met verspreid staande bomen. Op de vlakte een weidewaterpomp, zo’n pomp waar dieren met hun snuit tegenaan kunnen duwen om water op te pompen. Het lijkt van verre net een nijlpaard met opengesperde bek op deze ‘boomsavanne’.
Vanaf een pompgebouw loop ik weer langs het Oosterkanaal, maar nu op de andere oever dan de heenweg. Nog een ommetje door de restanten van de akkertjes van één van de laatste verdwenen boerderijen. Vervolgens langs een grote grasvlakte zonder bomen (Vogelenveld). Midden op deze ‘grassavanne’ slechts één bewegend object: een ‘Sapiens’ in een opvallend oranje hesje.
Zo mag deze duinwandeling met een boomsavanne, grassavanne, mensapen, herten, watervogels en een ‘nijlpaard’ toch wel met recht een safari worden genoemd.
Het laatste deel is een gevarieerd pad op zichtafstand van het kanaal, waar onder de boomgroepjes nog enkele damherten staan te grazen. Ik maak nog een mooie foto van zandhaarmos met sporenkapsels.
Gepost: 19 Maart 2025
Mooisteroutes.nl: Op duinsafari (19 km)