Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Rondje Baak
Baak is een klein dorp in de gemeente Bronckhorst (met ‘ck’), gelegen tussen Zutphen en Doetinchem. Een aantrekkelijk gebied langs de IJssel met mooie stadjes als Doesburg en Bronkhorst (met alleen ‘k’) in de nabijheid.
De naam ‘Baak’ zou ‘beek’ betekenen, maar dan is ‘Baakse Beek’, die ten noorden van het dorp stroomt, een pleonasme.
Start op dinsdag, 18 maart 2025, bij Café-Restaurant Herfkens. Aan de overkant van de weg een gedenkplaat die herinnert aan de stoomtram van Zutphen via Doetinchem naar Emmerik, die ook een halte had in Baak. Deze private stoomtram was operationeel van 1902 tot in de vijftiger jaren, maar vanaf de dertiger jaren alleen nog voor goederenvervoer. Passagiers waren inmiddels overgestapt op de veel flexibeler autobus.
In een tuintje een prachtige ouderwetse ANWB wegwijzer, die verwijst naar Steenderen, Bronkhorst, Zutphen en Vorden, maar ook naar de kerk en naar het café (Herfkens). Een buizerd geniet in een boom van het zonnetje.
Ten westen van het dorp zit in al snel in de Bakerwaard met de Laak, een oude meander van de IJssel, nu niet meer dan een smalle sloot. Een mooi graspad door aanplanten van Canadese populieren en zwarte elzen. De holenduif koert dat het lieve lust is. Een grote zilverreiger houdt zich schuil in de rietkragen. Speenkruid bloeit langs de waterkant. Een vieze gele vezelige drol kan ik niet thuisbrengen (Marita ziet me aankomen!).
Een boer is zijn akkerland aan het eggen met een schare meeuwen achter zich aan. Een essenlaantje laat weer een heel andere boomvorm zien dan populieren en elzen: een vrij ronde kruin en omhoog gekrulde uiteinden van de takken. En natuurlijk de pikzwarte knoppen, die bokkenpoten worden genoemd. Ik zie niet meteen duidelijke sporen van de essentaksterfte.
Pal aan de IJssel bereik ik Bronkhorst, dat het kleinste stadje van Nederland pretendeert te zijn, maar er zijn minstens vier plaatsen in Nederland met stadsrechten, die minder inwoners hebben, zoals Staverden en Eembrugge.
Na een sanitaire stop in De Gouden Leeuw beklim ik de kasteelmotte aan de rand van het stadje. Op de top een maquette van het voormalige kasteel van de Heren van Bronckhorst, waarvan de overblijfselen in de heuvel zitten verstopt. Enkele bordjes belichten de hoofdlijnen van de geschiedenis van kasteel en stad.
Eerste bewoning (zevende eeuw). Bouw kasteel (tiende eeuw). Stadsrechten (veertiende eeuw). Beleg door de Spanjaarden (1582): verwoesting en deels herbouw. Grote stadsbrand (1633). Franse periode (1795): verlies van rechten. Bouw landhuis op de motte (1828). Afbraak landhuis (1904). Bos op de kasteelheuvel (1920).
En dit bos is nu het biotoop van een aantal stinzenplanten. De bodem is bezaaid met de gevlekte aronskelk, overigens hier allemaal zonder vlekjes en nog niet bloeiend. Onderaan de heuvel bloeit de bosanemoon, maar het meest bijzonder zijn de bloeiende populaties van de bosgeelster. Pas één keer eerder flinke populaties van de bosgeelster gezien bij de Schierstins in Veenwouden (‘Friese Stinzen’. In: Zafira, 2024). Ertussen ook nog bloeiend speenkruid, paarse dovenetel en hondsdraf als bijgoed.
Ik bereik de winterdijk van de IJssel met het gemaal tussen de Grote Beek en de IJssel. Ernaast het Kunst’gemaal’, dat pas eind april weer opengaat (‘Zigzag over de IJssel’. In: Tureluren, 2015).
De Bronkhorster Molen is een beltmolen en lijkt ook op een motte te liggen, waarvan het gras kort wordt gehouden door enkele schapen. De bult is echter na de bouw van de molen om de basis heen gelegd als alternatief voor de stelling van een stellingmolen.
De Molenkolk suggereert dat de Bronkhorster Molen op waterkracht werkt, maar het is toch echt een windmolen. Blijkbaar verwachten ze hier Duitse sportvissers, want langs de oever van de Molenkolk mag je ‘Niet vissen’ en ‘Nicht angeln’.
Langs deze kolk, waar de kleine veldkers bloeit, wandel ik terug naar Baak, met zicht op de grote fabrieken van Aviko. ‘Aviko’ staat voor ‘Aardappel Verwerkende Industrie van Keppel en Omgeving’, maar staat dus niet in Keppel, wel in de Omgeving, namelijk Steenderen.
Aan de rand van Baak staat een ruïne van de Sint-Nicolaaskapel uit 1362. Een voorganger werd verwoest in de strijd tussen de Heren van Bronckhorst en andere achterbakse Achterhoekse kasteelheren. Van de nieuwe kapel staat alleen een deel van de toren nog overeind, dankzij meters dikke muren.
Het bosgebied Zevenmorgen is weinig spannend. Er staan douglassparren en ik maak een foto van een hoop bij elkaar liggende kegels. Af en toe een wat drukkere weg die ik moet oversteken. Aan een boom langs de weg wordt het verkeer gemaand rekening te houden met de ‘Paddentrek!!!’, en daar kunnen wandelaars van mee profiteren. Ook de padden zijn extra voorzichtig; ik kan me niet herinneren ooit bij zo’n waarschuwingsbord een platgereden pad op het asfalt gezien te hebben.
Ik betreed ’t Hertenbosch rond Huize Baak via het Juffersdijkje, beplant met beuken. De kasteeljuffers konden hier in de schaduw wandelen, zonder hun mooie bleke huid bloot te stellen aan de zon.
De vijver in het bos is een interessante plek met enkele bruggetjes, waaronder een wiebelende touwbrug. Verder is de omgeving van de vijver nogal een circus met kabelbaan en allerlei fitnessapparaten.
Ik krijg bij de vijver door een heerschap een dikke folder gratis in de handen geduwd over de Helmichwandelroutes in Baak. Normale prijs is twee euro. “Bent u uitgekeken op de folder?”, vraag ik. Het blijkt de eigenaar van het bos te zijn, Frans Helmich, nazaat van de familie die van 1868–1956 Huize Baak bewoonde. Daarna is het landhuis verkocht aan een kloosterorde en vervolgens aan opeenvolgende christelijke bewegingen (Focolare, Ellel Ministries). Blijkbaar is ‘t Hertenbosch nog familiebezit.
Ik eindig deze wandeldag met een versnapering op het terras van Café-Restaurant Herfkens. Vorige week woensdag, 12 maart, was het hier een drukte van jewelste op een informatieavond ‘Meer mogelijk op uw erf’ van de gemeente Bronckhorst, waar Baak onder valt (Volkskrant, 15 maart 2025).
De gemeente heeft een innovatieve manier bedacht om de regels voor woningbouw op eigen erf te verruimen. Sloop een verkrotte schuur, maak van je weiland een natuurgebied, plant een elzensingel, verduurzaam je boerderij. Hiermee verdien je punten, waarmee nieuwbouw op eigen erf gerealiseerd mag worden. De gemeente wil het liefst meer betaalbare kleine woningen om de jeugd aan zich te binden, dus daarvoor heb je het minste aantal punten nodig.
Ik heb onderweg niet veel verkrotting gezien, maar slechts een prachtige omgeving om te wonen, te werken, te fietsen en te wandelen. Dus jongelui, blijven!
Gepost: 2 April 2025
WandelZoekpagina: Rondje Baak (18 km)