Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Groenekan
Groenekan is een klein dorp net ten noorden van Utrecht. Voorwaar een bijzondere plaatsnaam. Een voormalige herberg heette ‘De Groene Kan’ en er is wel gesuggereerd dat het dorp zijn naam ontleent aan die herberg. Waarschijnlijker (volgens Vereniging Groenekan) is dat het dorp ontstond aan de beboste kant (Groenekant) van een ontginningsdijk, zodat juist de herberg de iets verbasterde naam heeft aangenomen van het dorp.
De ontginning van de ontoegankelijke gronden tussen Utrecht en ’t Gooi vond plaats in de late middeleeuwen (1300–1500). Telkens werd een stukje verderop een dijk met een wetering aangelegd. Tussen de dijken langgerekte percelen (ruwweg 1250 ⨉ 100 meter), gescheiden door afwateringssloten. Rond 1600 hadden de Utrechtse ontginningen de ‘rading’ bereikt, de grens met Holland (‘Hollandsche Rading’. In: Dreamgirls, 2018).
De ontginningsdijken met wetering, die ik vandaag, vrijdag 7 maart 2025, tegenkom, heten vanaf Utrecht naar het noorden achtereenvolgens de Voordorpsedijk, de Bisschopswetering (nu Groenekanseweg), Nieuwe Wetering en Maartensdijk. Opgeslokt in Utrecht ligt nog de Ezelsdijk (nu Huizingalaan), de eerste ontginningsdijk. Het gebied ligt net ten oosten van de A27.
Ik start op de Carpool in buurtschap Nieuwe Wetering (vierde ontginningsdijk). Een kaarsrecht fietspad flankeert de langgerekte percelen richting Maartensdijk (vijfde ontginningsdijk). In de boomsingel langs het pad vooral zwarte els en struiken van wilde roos (met bottels) en Gelderse roos (met rode bessen). Deze twee ‘rozen’ zijn overigens niet verwant.
Na een buitenwijk van Maartensdijk evenwijdig terug via de onverharde Prinsenlaan. Ik hoor voor het eerst dat de tjiftjaf terug is in het land. Vanaf nu zal hij mij blijven achtervolgen. Het vogeltje schreeuwt tot mijn ongenoegen precies op de juiste frequentie voor mijn dovemansoren (‘Tjiftjaffen’. In: Tjiftjaffen, 2014).
Aan het eind van de Prinsenlaan ligt Hotel ’t Koningsbed op Hoeve De Rozengaard, een combinatie die geen toeval kan zijn.
Ik steek de Nieuwe Weteringseweg (vierde ontginningsdijk) over naar Landgoed Beukenburg, dat op de grens ligt van dit veenweidegebied en de Utrechtse Heuvelrug. Het landhuis is verdwenen. In een waterpoel heeft Madame Meerkoet al een plekje gevonden om te nestelen. Monsieur zwemt met de kop laag in het water agressief af op een stel wilde eenden om ze uit de kraamkamer te verdrijven.
In Beukenburg uiteraard een groot perceel beuken, maar ook aanplanten van Amerikaanse eik en grove den. Een grootbladige Hedera klimop en adelaarsvaren bedekken de bodem. Op de oever van de bossloot groeit de eikvaren.
De rode bosmieren zijn hongerig uit de winterrust ontwaakt. Op het wandelpad zijn ze een fladderend motje aan het folteren tot de dood erop volgt.
Ik kom langs ‘Schutje Beukenburg’, een simpel sluisje dat met een groot draaiwiel kan worden bediend. Het werd rond 1900 aangelegd om het water van een eendenkooi op peil te houden.
Aan de overzijde van de Groenekanseweg (voormalige Bisschopswetering en derde ontginningsdijk) wandel ik al spoedig langs de Hoge Kampse Plas, ontstaan door zandwinning. Op de achtergrond, aan de overkant van het water, het hoge Provinciehuis Utrecht. Bij een Vogelkijkscherm observeer ik even de watervogels aan de windluwe kant van de plas. Ik zie alleen dat meerdere heren kuifeend onrustig om een wijfje heen zwemmen.
De Voordorpsedijk (tweede ontginningsdijk) is gebruikt voor de verbinding tussen twee forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Fort Voordorp en Fort Blauwkapel. Ze maken deel uit van een serie versterkingen oostelijk van Utrecht, aangelegd in de negentiende eeuw, om de waterlinie tussen de (Kromme) Rijn en de Utrechtse Vecht te beschermen.
Een bordje bij Fort Voordorp maakt reclame voor ‘Koffie bij Maria’. Het plaatje toont de Maagd Maria, die naar twee kopjes koffie op een bijzettafeltje staart alsof ze naar het kindje in de kribbe kijkt. Net buiten de brug over de gracht, die toegang geeft tot Fort Voordorp, staat Maria’s woonwagen voor koffie self-service en een ‘Onderwegtoilet’. Het fort zelf is een evenementenlocatie en niet vrij toegankelijk.
Ik volg de Voordorpsedijk naar Fort Blauwkapel. Ik denk een groene specht te zien overvliegen, maar het is een halsbandparkiet die zich verraadt door zijn gekrijs. Ooievaars hebben weer bezit genomen van de alom aanwezige paalnesten. Een mooie gele composietenbloem in de berm blijkt toe te behoren aan een vroegrijp exemplaar van klein hoefblad.
Ik besluit Fort Blauwkapel te doorkruisen. Er is niet zo veel over van de oorspronkelijke versterkingen, maar binnen de omwalling heeft zich het buurtschap Blauwkapel ontwikkeld, een beschermd stadsgezicht De kapel had blijkbaar een hemelsblauw plafond, vandaar de naam.
De waarschuwingslinten voor de ‘Eikenprocessierups’ op eikenbomen zijn welbekend, maar hier zijn essen gemarkeerd met een lint dat waarschuwt voor de ‘Essentaksterfte’. Utrecht heeft heel veel essen als laanbomen en hiervan moet een groot deel vervangen worden vanwege deze schimmelziekte.
Een uitvalsweg van het fort toont in de berm restanten van een aspergeversperring uit de Tweede Wereldoorlog, zowel een aantal oude asperges als verse asperges.
Op een vuilnisbak een mooie spreuk van Loesje: ‘Werelddelen, dat is een werkwoord, hoor’. Ik vrees alleen dat Trump het niet begrijpt. Hij denkt dat hij de wereld moet verdelen.
Net buiten het fort een krottenwijkje langs de spoorbaan, dat me doet denken aan de slechtste delen van Soweto in Johannesburg (‘Zuid-Afrika – Soweto’. In: No.10, 2023). Alleen hebben de krotten in Soweto meestal nog wel een schotelantenne op het dak, terwijl die hier ontbreken.
Het is hier een wirwar van spoorlijnen. Voor de zekerheid heeft ProRail bij de overgangen een bordje opgehangen om koperdieven af te schrikken: ‘Koper gemarkeerd / Copper marked’.
Het Blauwkapelse Pad loopt vlak langs de geluidsschermen van de A27, maar zelfs hier vliegen de citroenvlinders.
Nu dan eindelijk het dorp Groenekan met de Groenekanseweg (voormalige Bisschopswetering en derde ontginningsdijk). Ik loop de weg een eindje uit tot Huize Voordaan. Oorspronkelijk gebouwd als jachthuis in de zestiende eeuw door de Utrechtse aartsbisschop Frederik Schenck van Toutenburg (c. 1503–1580). Deze naam doet bij mij een belletje rinkelen. Ene George (Joris) Schenck van Toutenburg (1480–1540) liet Kasteel Toutenburg bouwen in Vollenhove (‘Land van Vollenhove’. In: Siem Sing a Song, 2020). Het blijken dan ook vader en zoon te zijn, de aartsbisschop een zoon van Joris, dus in de goede volgorde. Alhoewel, het was destijds niet ongebruikelijk om kind van een aartsbisschop te zijn.
Het huidige Huize Voordaan (Voortaan Voordaan) is van rond 1900. In één van de vorige versies woonde Oopjen Coppit vanaf 1647 met haar tweede man, eigenaar van Landgoed Voordaan. Oopjen is beroemd vanwege het dubbelportret met haar eerste man Marten Soolmans, geschilderd door Rembrandt in 1643. Er is bewijs dat Marten en Oopjen daadwerkelijk in Huize Voordaan aan de muur hebben gehangen. Hun rijkdom had alles te maken met de activiteiten van de West-Indische Compagnie (WIC) in Zuid-Amerika.
Nu staat er bij de oprit van Huize Voordaan een bord: ‘Welkom hommelkoninginnen’, maar ik heb geen idee welke dames zich daartoe geroepen voelen.
Achter Huize Voordaan liggen de bossen van het landgoed. Sneeuwklokjes bloeien, maar binnenkort is het een gele zee van bloeiende narcissen. Zowel sneeuwklokje als narcis hebben vrij bleekgroene bladeren. Er staat ook een donkergroen bolgewas tussen, vooralsnog zonder knoppen. Ik vermoed de wilde hyacint.
Honderden houtduiven zitten te wroeten in de strooisellaag van dit bos, waarschijnlijk op zoek naar eikels. Nog even en dan valt de groep in koppeltjes uiteen.
Langs langgerekte percelen wandel ik het laatste eindje terug naar de Carpool in buurtschap Nieuwe Wetering.
Gepost: 24 Maart 2025
ANWB Groenekanroute. Wandelknooppunten: 92, 99, 68, 61, 83, 62, 63, 16, 15, 13, 12, rondje Fort Voordorp, 12, 23, rondje Fort Blauwkapel, 23, 81, 17, 58, 57, 56, 68, 92 (18 km)